REISVERSLAG -> AFRIKA OOSTELIJK -> TANZANIA

TANZANIA

Klik voor fotoboek I van Tanzania hier en voor fotoboek II hier

(Snel naar deel II)

29 augustus 2003

Tanzania

De eerste stop was in Mbeya waar de remmen van de Landcruiser definitief gemaakt moesten worden.
Dat ging lekker vlot, dus na een nachtje in een kamer met een heerlijk bed bij de katholieke kerk, gingen we weer verder.
Wel had een van de waakhonden die nacht onze schapenvachtjes opgevroten, dus jan heeft nog maar schaap voor 1,5 bil over op haar zadel!

We moesten/mochten afscheid nemen van asfalt en kwamen op een mooie gravelweg terecht richting het noorden.
Hier is het onwaarschijnlijke gebeurd: de eerste lekke band! En de tweede 2 km later.
Er zaten twee spijkers in de achterband van Corné. Na ruim 25.000 km moest het er toch een keer van komen.
Gelukkig had hij al geoefend met banden wisselen, dus het karwei was zo gepiept, maar midden op de dag en midden in de zon is dat toch niet zo lekker.

Nieuwsgierige dorpelingen kwamen het schouwspel ondertussen gadeslaan en zo hoorden we dat Myrrith's Swahili echt heel goed is. Leuk taaltje!
Intussen had het kofferrek van Jan het definitief opgegeven: de 2 jerrycannetjes met elke 10 liter extra benzine kwamen al stuiterend bijna boven haar hoofd uit omdat de stangetjes aan de zijkant van het achterrek ook kapot waren…Dus alle zooi maar in de auto geladen.

Ondertussen hadden we wel zoveel vertraging dat we het dorp waar we wilden overnachten niet meer haalden.
In een van de dorpen een km. of 50 daarvoor hebben we toen gevraagd of we de tent op mochten zetten. Daar was het helemaal handig dat Myrrith zo goed Swahili spreekt.
Het halve dorp (op dat moment iets van 30 volwassenen en 50 kinderen) liep uit en de chief moest erbij komen om uitspraak te doen.

Na enig overleg mocht het toen en onder grote belangstelling hebben we de tenten opgezet. Ook kregen we eten en hebben we gespeeld met de kinderen (die een schoolliedje nog voordroegen, mooi en ze kunnen hier echt beter zingen dan wij met z'n allen op het marktplein tijdens koninginnedag!) en hebben we interessante gesprekken gevoerd met de dorpelingen die wel engels konden.
Dit was echt een hele leuke ervaring, alleen hebben we geen van allen echt goed geslapen die nacht.

De volgende dag zijn we vroeg weer op pad gegaan, op wat later een voor de motoren supermoeilijk pad bleek (toch wel een van de zwaarste stukken die we tot nu toe gehad hebben) met veel zacht zand en diepe sporen.
Fesh-feshHet zand langs de sporen en in het midden was soms wel 30 tot 40 cm. hoog!
Sommige stukken waren fesch-fesch: van dat meelachtige spul wat je ook in de woestijn tegenkomt. Erg vervelend om doorheen te rijden, omdat je alle kanten opvliegt en het stuift als een gek. Het voelt een beetje alsof je door een diepe plas water rijdt, en je ziet ineens nix meer.
Even voor de statistieken: we zijn allebei 7 keer op onze plaat gegaan, een van de gereedschapsbuizen van Corné brak af, een achterrem vam jan ging krom, een remhandel brak deels af (dat preventief inzagen van de hendels heeft gewerkt!) en 's avonds waren we fysiek en mentaal hartstikke kapot.

Maar na 280 km zacht zand, fesch fesch, en 9,5 uur rijden kwamen we uiteindelijk toch in Itiqi aan, waar we heerlijk warm gedoucht hebben en rustig in een heerlijk bed geslapen hebben bij de nonnen van het katholieke ziekenhuis (niet allemaal in hetzelfde bed hoor).
De volgende dag zijn we toch maar verder gegaan, al zagen we er als een baksteen tegenop: weer 280 km offroad… maar dat was het laatste stukje naar het huis van Myrrith in Ndala.
Gelukkig was deze weg grotendeels wel goed te doen, met veel gravel en weinig zand, dus halverwege de middag waren we al in Tabora, de grootste stad in het district.
Daar nog dik een uur in de bank gezeten om geld te halen, en toen verder naar Ndala.

Nu zijn we dus nog in Ndala en proberen we de boel weer op te lappen. Op de 30e zijn Hans en Anne naar huis gegaan.
Erg jammer, want we hebben een paar heel gezellige weken gehad, eigenlijk een beetje vakantie, ook voor ons!
Het heeft ook de heimwee - waar we af en toe best last van hebben - een beetje verdreven.

Wij blijven nog een paar daagjes bij Myrrith en gaan dan langzaam richting Dar es Salaam en Zanzibar. Als het goed is daarna richting Arusha waar nieuwe banden uit Nederland op ons liggen te wachten, omdat we hier geen 17 inch achterbanden kunnen krijgen.
We zijn wel erg benieuwd hoeveel importbelasting we daarvoor moeten gaan betalen, maar we zullen zien…
Voorlopig hebben we nog zo'n 500 km. offroad voor de boeg, voordat we het asfalt naar Dar es Salaam mogen kussen…
Morgen eerst het rek laten lassen en weer in de rij om geld te halen. Oh ja, weet je wat het Swahili woord voor motor is? Pikipiki! Grappig toch! Marianne heeft het al op de motor geschreven.

TWEEDE DEEL TANZANIA

Reisverslag 25-9-2003, Nairobi.

Goed, volgens mij waren we in Ndala, Tanzania gebleven, waar we net Hans en Anne naar het vliegveld van Tabora hadden gebracht.
Intussen het kofferrek van Jan laten lassen en ze bleek de bout van het voortandwiel te zijn verloren: nog een geluk dat dat tandwiel er niet afgelopen is… Maar goed, gelukkig was er een pikipiki (motor) monteur in Tabora, die nog wel zo'n bout had liggen. Later bleek dat we 7 Euro betaald hadden voor een bout waarvan de draad versleten was.
Wat nog leuk was in Ndala, was dat er een heuse flying doctor arriveerde, en wij maar denken dat die alleen op tv bestaan.
Het hele dorp stroomde natuurlijk uit en hij werd als een koning binnengehaald. Deze flying doctor komt twee keer per jaar om voornamelijk hazelippen te opereren.
Wat ook nog super was, was dat we een keizersnee live hebben meegemaakt. Myrrith deed de operatie en wij stonden er met onze neus bovenop. Ik moet bekennen dat het af en toe net op een slager lijkt: er werd zo hard getrokken dat ze de tafel vast moesten houden.

Wat ook leuk is in Ndala, is dat je er met engels niet ver komt. Met het Swahili woordenboek in de hand gingen we naar de markt en met een hoop gegiechel krijg je dan je boodschappen wel rond. Nou ja, 1 ding hadden we dan toch verkeerd gelezen en zo eindigden we met een kilo zout i.p.v. een kilo suiker voor Myrrith's werkster!

Het was erg verleidelijk om bij Myrrith te blijven, vooral omdat Marianne NOGAL wat last had van reismoeheid, heimwee naar Holland of hoe je het ook moet noemen, maar in iedergeval het reizen zat was.
Maar ja, je kunt niet eeuwig blijven en weer op pad gaan was de beste remedie.
We wilden via de hoofdroute die door Tanzania gaat en die de link is met Congo, Burundi en Uganda naar Dodoma (officiele hoofdstad van Tanzania) rijden, maar op weg naar Nzega begon Jan's brommer toch wel heftig te stotteren. Maar even terug naar Ndala dus.
Daar bleek bij het schoonmaken van de carburateur een schroef niet voldoende te zijn aangedraaid en de boel te verstoppen. Dat was dus vlot weer opgelost en we begonnen aan de tweede poging. Maar toen ging Knee's motor erg irritant lopen.
We vertrouwden het niet en wilden niet de lange en voor ons onbekende weg nemen, dus kozen we voor zekerheid (jak!) en keerden we om naar Tabora waar we een monteur wisten. Op de weg naar Tabora ging hij alleen steeds beter lopen en de monteur hebben we maar laten zitten.
In Tabora hebben we een lekker bed in het hotel genomen en de volgende dag zijn we de rechtstreekse weg naar Dodoma ingeslagen.
We reden tot Manyoni en het laatste stuk weg heeft een lang stuk zacht zand waar Soest trots op zou zijn. In Manyoni sliepen we in een lokaal guesthouse waar goed voor ons gezorgd werd. De volgende dag maakten we ons op voor een slecht stuk pad tot Dodoma, maar het bleek na al dat zand heel makkelijk te zijn.
Waarschijnlijk is het voor auto's heel vervelend met allemaal ribbels, maar voor ons was het geen probleem. We waren dus vroeg in Dodoma en zijn uiteindelijk zelfs helemaal doorgereden naar Dar Es Salam. Dat was met 580 km, waarvan 120 offroad, toch wel wat overdreven, maar ja, de zee lokte!

Campsite Kipepeo bleek een fantastisch plekje: direct aan de blauwe zee, een wit schoon zandstrand met palmbomen en zeewater met een temperatuur van 28 graden.
Af en toe kwam er een kudde kamelen of een kudde koeien voorbij. Leuk trouwens om weer een campsite op te rijden waar bijna alleen maar overlanders kwamen. Veel geluld over routes, landen, plannen enz. Tja, hier zijn we dus wel weer een week blijven hangen.

In Dar hebben we ook weer de dagen gesleten met het zoeken naar een schroef voor jan's stuur en voortandwiel, een reisgids voor de verdere route en nieuwe slotjes; aangevuld met klussen, wassen, zonnen en zwemmen.
Tijdens zo'n reis ben je gewoon 80% van de tijd bezig met dit soort dingen regelen en geloof me, het duurt altijd veel langer dan in Nederland: ten eerste weet je de weg niet, en ten tweede zijn het altijd dingen die je niet zo heel makkelijk kunt vinden, zoals een dopsleutel van 22mm die ik na 2 maanden eindelijk heb gevonden!
Gelukkig kwamen we een lokale biker tegen die ons de weg wees en zo kwamen we bij de bekende motorhandelaar Tuktuk terecht (what's in the name). Een ongelooflijke puinhoop in zijn werkplaats, maar hij krijgt alles weer aan de praat.

Gelukkig werkt zo'n plekje aan het strand erg goed tegen reismoeheid.
Witter dan wit Daarnaast begonnen we ons ook vreselijk te beseffen dat we nog maar drie maanden hebben voor heel veel landen. Er zijn al 8 maanden voorbij...man wat gaat dat snel!
Intussen weten we ook zeker dat we gaan proberen naar huis te rijden.
In het begin was dat eigenlijk niet het doel: we zouden wel zien waar we zouden stranden, maar terug naar huis rijden is toch ook wel de moeite waard.

We hebben dus haast en er is nog zo ontzettend veel moois te zien !!!!!!.

Vooral Ethiopie, Egypte en Jordanie moeten erg mooi zijn.
Zanzibar hebben we dus maar ff overgeslagen. Okee, na Dar zijn we naar Arusha gereden, onder de Kilimanjaro door, waarvan we alleen z'n voetjes hebben gezien.
Ik (knee) heb wat met beroemde bergen en wolken...
Voor Arusha sliepen we nog in een hotel in Moshi, in de hoop de Kili nog te zien, en 'slapen' naast een enorme generator, wat natuurlijk voor de afrikaner 'no problem' is, maar voor ons eigenlijk wel: na wat zeiken krijgen we korting.
We komen hier ook nog een Nederlandse fietser tegen die in een jaar tijd van Kaapstad naar huis fietst: ik moet er niet aan denken dat op de fiets te doen.

In Arusha lagen nieuwe banden op ons te wachten. Knee's pa had die opgestuurd naar een adres dat we via een Zuid-Afrikaan geregeld hadden. Gelukkig hoefden zij maar U$ 30,- voor de douane te betalen, maar ook alleen maar omdat ze de mensen bij de douane kenden.
Achteraf gezien was het wel zonde, want de oude waren nog lang niet versleten. De voorbanden sjouwen we dus nog maar even extra mee en vervangen we pas in Khartoum ofzo. De achterbanden hebben we voor andere motorrijders op de camping achtergelaten.
Maar wat nog het allerbeste was, was dat de ouders van Corne, heel lief, in de banden een paar zakken drop en salmiaklollies hadden verstopt. Wat een genot!!

Intussen waren ook Pierre en Merrit, een frans stel op 2 BMW F-650, in Arusha aangekomen. Zij waren nu 7 maanden onderweg en hadden nog ruim 1,5 jaar (inderdaad ja!) te gaan. Gloednieuwe BMW's met 38 liter tank (900 km. bereik, man dan heb ik al 4x moeten tanken!), je vraagt je af waar ze in godsnaam dat geld vandaan hebben.
Ik moet er toch niet aan denken om de borg voor de carnet voor die motoren te moeten betalen: wij moesten al Euro 7000,- borg betalen voor 2 motoren van 7 jaar oud!

Voor het eerst hadden we ook weer geregeld regen: elke ochtend was het feest, ik weet weer precies waarom ik zo'n hekel aan regen heb...

Vanaf Arusha zijn we via een hele mooie weg over de masai-steppe naar Nairobi in Kenia gereden (alleen het laatste stuk was vervelend druk). Onderweg zie je heel veel mensen van de masai-stam langs de weg.
Precies zoals je het je voorstelt: in rode doeken, op blote voeten en met prachtige kleurrijke sierraden over hun hele lichaam, met uitgerekte oorlellen met veel oorbellen erin, een groot mes op de heup en een herdersstok in de hand.
Deze mensen leven nog volgens dezelfde tradities als honderd jaar geleden. Hun hoeveelheid vrouwen hangt af van de hoeveelheid koeien en de mannen zijn pas een man als ze een leeuw hebben gedood (en dan niet met een geweer). Het is prachtig om deze mensen te zien, vooral als ze gaan springen, want dat is waar de Masai vooral bekend om staan.

Bij de grens moesten we weer betalen: U$ 20,- per motor voor een roadpermit die een maand geldig is. Nu hebben we een half uurtje geprobeerd de baas van de douane ervan te overtuigen dat we dat toch wel heeeeel erg duur vonden, maar hij week geen centimeter. Uiteindelijk moesten we toch betalen. Gelukkig hadden we ons visum al in Dar geregeld, dus de schade viel mee. Natuurlijk wilden ze ons ook een verzekering verkopen, maar U$40,- per motor voor 2 weken (daar koop je in NL een heel jaar voor!) vonden we toch wat veel, dus we zijn nu fijn onverzekerd!

Tot zover Tanzania.