REISVERSLAG -> AFRIKA NOORD-WEST -> SENEGAL

SENEGAL

Klik hier voor meer foto´s van Senegal.

1 maart 2003

Het vorige reisverslag was vanuit Mauretanie. Bij de laatste dag in Mauretanie moeten we alleen nog even vertellen dat we met een groep een vis (corbine) gekocht hebben van zo’n 7,5 kilo!! Die hebben we dan ook met 15 man verorberd.

Maar toen was het op naar Senegal !! De weg volgt een mooie route richting Rosso. Het begint weer mooi groen te worden en dat waardeer je extra na al het zand van Mauretanie (wat ook wel zijn charmes heeft).
Vanwege alle ‘leuke’ verhalen over de grensovergang van Rosso, nemen we voor Rosso een piste richting het westen om bij een kleinere grensovergang terecht te komen.

Hier blijk je inderdaad niet lastiggevallen te worden door ‘gidsen’ die er vandoor gaan met je papieren (die je dan pas na veel geld weer terugkrijgt), en ook niet door kinderen die aan alle kanten aan je trekken, op je motor klimmen en er dingen vanaf trekken (donnez-moi un cadeau), maar goedkoop is het ook niet!
We hebben nog niet goed genoeg geleerd om te onderhandelen en we betalen weer veel te veel, zo'n 80 Euro om verder te mogen,terwijl we zeker weten dat het geen officiële tarieven zijn, best frustrerend.

Maar we proberen er niet al te gefrustreerd over te raken. De volgende keer weten we wel beter en waarschijnlijk is Mauretanië – Senegal de ergste grensovergang van de regio. Overigens was de piste naar deze grensovergang prachtig, want je rijdt 90 km midden in een vogelnatuurpark en we zagen dan ook hele zwermen pelikanen en lepelaars, erg mooi!

Senegal Dan rijden we Senegal binnen. Eerst even 19 km moeilijke piste, wat na een dag rijden niet meevalt. De eerste indruk is dat het veel kleurrijker en verzorgder is dan de landen daarboven. De vrouwen zijn prachtig gekleed en zijn zelf ook nog eens erg mooi (knee zegt: inderdaad!). Daarnaast is iedereen erg vriendelijk, en wil niet direct van alles aan je verkopen, hoewel dat ook in Mauretanie meeviel.

We rijden door St. Louis – de eerste koloniale stad van de Fransen in Afrika en de eerste hoofdstad van Senegal – naar de camping. De weg ernaartoe leidt door het dorp waar de vissers wonen. Het stinkt er naar vis en het is een gigantische puinhoop op straat, maar wel leuk om er door heen te rijden.

Tot onze verbazing staan daar weer bijna alle Fransen waar we eerder in Nouakchott afscheid van hadden genomen! De Engelse motorrijder Edward blijkt ook in de buurt te zijn, dus dat is weer erg grappig.

De volgende dag bekijken we St. Louis, een lieflijk stadje dat nog de sfeer van de koloniale tijd ademt door al zijn grote gebouwen en franse balkonnetjes. ‘s Avonds gaan we met de – ondertussen uitgebreide – groep Fransen naar de stad om wat te eten. We doen dat met 8 man in een Peugeot 505 en eentje op de kofferbak :), we beginnen al aan het Afrikaanse te wennen! Na het eten duiken we een bar in waar leuke trommelmuziek uit Guinea gespeeld wordt.
Met deze groep wordt geregeld dat we de volgende dag in de buurt van de camping afspreken ‘s avonds om voor ons weer te spelen en samen te eten en te drinken. Het was erg gezellig.

Na in St. Louis nog wat overtollige spullen naar huis te hebben gestuurd, vertrekken we naar de Zebrabar: een heerlijke camping in een vogelnatuurpark ten zuiden van St. Louis. Eigenlijk wilden we hier alleen maar naartoe voor een nachtje omdat we hoorden dat het zo’n heerlijk rustige en mooie plek was, maar we zijn er een paar dagen blijven hangen. Beetje luieren, beetje vogelen, beetje wandelen. That’s it (erg fijn dus).
Er staan ook Zuid-Afrikaners op de camping en het is leuk om met hen in het Nederlands te kletsen. Zij zijn verscheept naar Engeland en zijn van plan weer helemaal terug te rijden. We zullen ze nog wel eens tegenkomen. De meeste reizigers rijden het stuk door Afrika: dus richting Sudan en dan naar beneden.

Op 20 februari vertrekken we naar Dakar. Rondom Dakar is het een grote chaos van auto’s, busjes, fietsers en paard-en-wagens. Maar we rijden er toch vlotjes tussendoor en zoeken een slaapplek in het dorpje Yoff dat bij Dakar ligt. We vinden een plek bij Senegalezen die een kamer verhuren. Het is wel okee, maar ook erg rumoerig overal.
Corne probeert nog zonder succes een Honda-dealer te vinden om die naar zijn benzine-pomp te laten kijken, maar zonder resultaat. Wel is er een ‘mannetje’ met een heleboel off-road motoren voor de deur. Hij kijkt ernaar en zegt dat het toch alleen maar zand is geweest in de benzinepomp, dus we hoeven geen nieuwe te kopen. Joepie!
De volgende dag bekijken we Dakar. De stad is niet zoveel bijzonders vinden we, maar de kust met hotelletjes en dergelijke ziet er mooi uit.

Marianne zit hier even in een reis- en Dakardip: te veel mensen, auto’s, lawaai, alles en soms ben je het even zat dat je geen eigen plek hebt waar je naartoe terug kunt. Dat maakt het reizen vrij vermoeiend. Maar na een vreselijk decadente bananensplit op een veel te duur terras gaat het al een stuk beter :)
We besluiten wel zo snel mogelijk Dakar weer te verlaten, terwijl er eigenlijk nog veel te zien is. Het blijkt dat we de rust van een natuurpark meer op prijs stellen dan de drukte van een stad...dus de volgende dag zijn we verder gereden naar de Sine Saloum-delta: een erg mooi natuurgebied dat vooral bekend staat om zijn mangroven.
Gite de BandialaNa een gave piste van 6 kilometer komen we aan bij de Gite de Bandiala, gerund door Fransen. We slapen in een mooie kamer in een park met allemaal huisjes. Hier zien we apen, mongoosjes, mooie vogels en jan's favourite wrattenzwijnen. Ook liggen er in een put 3 pytons die daar 2 jaar geleden bij een brand ingekropen zijn en er niet meer uitkunnen. Ze zijn enorm groot! Het eten enorm lux, we eten zelfs oesters!! Toch wel lekker om af en toe even lux te doen.

Helaas is Marianne hier ziekjes, dus we blijven een paar dagen (eigenlijk niet zo ‘helaas’). Ook maken we nog een boottochtje door de mangroven in een pirogue (soort kano), waarbij we een heleboel prachtige vogels zien. Oh ja, ondertussen was Marianne tijdens het motorrijden ook nog door een of ander insect in haar wang gestoken, dus ze zag er drie dagen idioot uit met een enorme wang (plaatselijke bof).

Het is verleidelijk om hier te blijven, maar we moeten toch een keer vertrekken, want het wordt veel te duur. Marianne is nog steeds behoorlijk aan de diarree, maar met wat medicijnen op moet het lukken. Uitzieken kan daarna weer.

Dus op naar Gambia! Dat is op zich niet zo ingewikkeld, want we zitten er hemelsbreed maar 15 km vandaan, maar je moet natuurlijk wel de grens over en dat duurt altijd wel even. De grens met Gambia gaat gelukkig redelijk vlot en de corruptie is een stuk minder. De geldwisselaars zijn bijna niet weg te slaan (What’s your name? I’m your friend!), maar we zijn ondertussen ervaren :)
Corne brabbelt ondertussen lekker Frans, dus dat is bij de ene kant van de grens handig en aan de andere kant is het Engels, dus dat is helemaal geen probleem. Hoewel het toch even wennen is na 2 maanden Frans. Je begint telkens weer in de verkeerde taal.

Klik hier voor meer foto´s van Senegal.