REISVERSLAG -> AFRIKA NOORD-WEST -> MAURETANI╦

Mauretanië

13 februari 2003:

Klik hier voor meer foto┤s van Mauretanië

Nadat we de nacht aan de grens van Marokko en Mauretanië hebben doorgebracht bij een vriendelijke douanier begon het wachten op een busje waar we achteraan konden rijden om te voorkomen dat we verdwalen.
Tot die tijd kruipen we in het 'kantoor' van de douanier, drinken thee en kletsen tot er een bus langskomt die ons voor 200 Euro (inderdaad TWEEhonderd) wel mee wil nemen: dikke neus, we betalen niet meer dan 15. Uiteindelijk betalen we 20 Euro en kan de XT en de bagage van Corné achterin. Gelukkig, want het stuk blijkt nog erger te zijn dan het eerste…

Uiteindelijk komen we Nouadhibou binnen, maar wel nadat we de eerste douanier hebben moeten omkopen omdat hij vond dat onze papieren niet klopten...
Mauritanië, tja toch nog een cultuurshock, ondanks het feit dat we al gewend zijn aan Marokko. Echt overal lopen geiten op straat, de auto’s die hier rondrijden, daar durf je niet eens in te zitten als hij stil staat, zo verrot, ongelofelijk dat het überhaupt nog rijdt, en overal rotzooi op straat.

Welcome to Africa!

De camping (Baie de Levrier) ziet er goed uit: schoon en warme douches. We zijn ontzettend moe, maar allerlei papierboel moet nog geregeld worden: geldwisselen, verzekering voor de motoren, carnet afstempelen, etc. Overigens moet je hier een deviezenverklaring tekenen waarin je aangeeft hoeveel geld je meeneemt het land in. Bij het wisselen van geld moet je vragen naar officiële bon, omdat je dat allemaal aan de grens moet laten zien als je weer het land verlaat, wel handig om te weten…

GeldHet geld is hier trouwens raar, je hebt er bergen van, maar kunt er niks mee kopen, en het papier is van hele slechte kwaliteit. Overigens is het levensonderhoud duur omdat zo’n beetje alles geïmporteerd moet worden, dus je bent zo van je geld af...
Intussen zien we de Engelse motorrijder weer terug op de camping en ontmoeten we een groepje Fransen die met 2 doodgewone busjes door de woestijn willen gaan rijden, en nog zonder gids ook! Wij denken dat het een grap is, maar ze menen het, en vragen zelfs of we zin hebben om mee te gaan.
Nou ten eerste zijn we te moe om te denken, en ten tweede is het misschien beter om het zand niet meer op te zoeken als dat niet hoeft. We kunnen namelijk ook met de trein naar Choum, en na een piste van 120 km is er asfalt tot Nouakchott…

Na wat heen en weer gepraat bieden ze aan om onze bagage mee te nemen in een van de busjes evenals ons eten voor 3 dagen, water en de extra benodigde brandstof. In de loop van de middag komt er nog een groepje Fransen de camping op. Zij willen hetzelfde doen met een oude Peugeot 505 Break. We beginnen al te twijfelen…Eerst maar eens slapen. Dat gaat goed tot 5 uur in de ochtend als de kerel van de moskee naast de camping dik een half uur zijn gebed begint te zingen. Nou is dat op zich niet zo erg, maar doe het dan zachtjes: nee hoor, hier moet de hele stad het horen, wij dus ook!

We besluiten toch mee te gaan. Alle waypoints worden in de GPS gepropt. De dag die volgt is hectisch: banden wisselen, inkopen doen, motoren repareren, etc.

Marianne slaapt slecht en lust bijna geen eten vanwege de zenuwen. Ook Corné weet niet goed wat hen te wachten staat en is zenuwachtig. De volgende dag kopen we het eten, slaan 48 liter extra benzine in, 20 broden, 16 flessen water, etc. Nog even langs het parkburo om een vergunning te kopen voor het ‘ Parc National de Banc d’Arguin’ een park dat ook op de UNESCO erfgoedlijst staat. Om 2 uur in de middag vertrekt de stoet.

De groep bestaat uit Bruno (een 40-er en ervaren Afrika reiziger) en zijn collega geluidstechnicus Eric uit Parijs. Hun passagier heet Pepe, komt uit Italië en heeft net zijn eigen auto verkocht. Flaviant, een relaxte rocker rijdt in een gifgroen Peugeot camper busje. René, de 50 jarige vader van de groep uit het zuiden van Frankrijk, die houdt van lekker eten doet dit al voor de 3e keer. Als passagiers gaan mee Christoph, van wie we nog steeds geen hoogte kunnen krijgen, en Titus, een 33 jarige beeldende kunstenares uit het zuiden van Frankrijk. Tenslotte is daar nog de Engelse motorrijder Edward, begin 30, arts uit Engeland, rijdt op een BMW R80GS en natuurlijk onze eigen brommers.

De eerste zandstukken gaan erg goed zonder bagage, Marianne begint er zelfs lol in de krijgen! Corné doet zijn eerste duin, en het is echt super! We rijden over een drooggevallen stuk van de zee, het uitzicht, ach, dit is eigenlijk gewoon genieten! Die nacht slapen we onder een grote zandduin, met een kampvuurtje. De dagen die volgen gaan eigenlijk best erg goed. Het rijden valt mee en is zelfs erg leuk, de plekken om te kamperen zijn mooi en het landschap verandert continu! Af en toe zit er een busje vast, maar ook dat is zo weer opgelost.

BegravenOp de 3e dag begon het behoorlijk te waaien. Hierdoor konden we nog maar weinig zien en kroop het zand echt overal in. Ook moesten er 3 duinen getrotseerd worden, en geloof het of niet, het is gelukt! Zelfs die busjes zijn er doorheen gekomen! Een kleine hapering was nog wel dat Corné’s motor er ineens mee ophield midden op een groot drooggevallen meer. Moederziel alleen bleef hij achter op een vlakte met zand: hopelijk zou iemand ontdekken dat hij niet meer achteraan reed (ok, tot zover het drama…)

Het bleek de benzinepomp te zijn, die we gelukkig hebben kunnen fiksen. Toen nog een stuk van 160 km over het strand wat in het begin erg vermoeiend was, omdat dat stuk vol zat met sporen en erg mul was. Die avond leek Corné ziek te worden, maar het viel gelukkig mee. Door de harde wind was het ook niet echt mogelijk goed te slapen. De laatste dag nog 120 km piste naar Nouakchott, waarvan we dus maar een deel over het strand gedaan hebben.

In Nouakchott aangekomen zijn we beland in Auberge Menata, gerund door een Franse vrouw. Erg schoon en een warme douche. We hebben hier alles gewassen, schoongemaakt, uitgerust en gerepareerd. Ook naar de markt geweest, waar we onze ogen uitkeken bij het zien van de kleurige gewaden van de vrouwen hier.
Wat ons opvalt is dat de vrouwen hier veel vrijer zijn dan in Marokko: ze lopen niet supergesluierd rond, en je kunt er gewoon een praatje mee houden.

Wat ook opvalt is dat de zwarte Mauretaniërs (oorspronkelijk uit Senegal) al het werk doen en zwaar worden gediscrimineerd door de Moren, de licht gekleurde Mauretaniërs. Verder zijn de mensen hier een stuk minder agressief dan in Marokko, da’s dus wel lekker!

Morgen vertrekken we naar Senegal.

Groetjes

Jantje en Knee !!

Klik hier voor meer foto┤s van Mauretanië