REISVERSLAG -> AFRIKA NOORD-WEST -> MAROKKO

Marokko

21 januari 2003:

Klik hier voor meer foto´s van Marokko.

Bonjour!

We hebben het warm, eindelijk! Vanmiddag moesten we zelfs de schaduw opzoeken. Joepie! En dat doen we in Zagora een stadje in het zuiden van Marokko, vlak voor de woestijn. Maar wat hebben we hiervoor gedaan?

We zijn vanuit Benidorm vertrokken naar Almeria in het Zuiden van Spanje. Daar hebben we de boot genomen naar Nador in Marokko. Dat was al een avontuur op zich, omdat we de enige niet-Marokkanen waren. We hadden geen cabine genomen, maar gewoon een stoel. 's Nachts lagen echt overal mensen te slapen: in de stoelen, op de grond, op de trappen.... We gingen om 11 uur 's avonds op de boot en kwamen er 's morgens om 8 uur weer gebroken vanaf. Het voordeel is dat al het papierwerk van de grens al op de boot geregeld wordt!

Vanaf Nador naar Oujda was het wel even wennen. Je stapt vanuit Europa gelijk een andere wereld binnen, met overal mensen, ezeltjes en helaas plassen water. Want deze dag regende het en regende het en regende het, en ja waar moet dan al dat water naar toe? Nou gewoon, op de weg, met alle modderbaden van dien ... Welcome to Africa :) We waren dus erg blij toen we eindelijk in de hotelkamer van Oujda op bed lagen. Gelukkig hadden ze wel een kacheltje voor ons, want ook in het hotel was het stervenskoud. 's Avonds hebben we nog even rondgewandeld, wat overtollige baggage teruggestuurd naar huis en de foto's ge-upload in een internetcafé. Daarna heerlijk gegeten in een ijskoud restaurant vol Marokkanen (er zijn nu nauwelijks toeristen) voor maar liefst é Euro per persoon! Ze hebben hier nergens verwarming, dus het eten ging met de jassen aan; Wel heerlijk gegeten!

In het hotel in Oujda hebben we nog een ontbijtje in het loeikoude restaurant genomen. Na het ontbijt dus op weg gegaan naar Bouarfa. Wat een prachtige leegte en gelukkig was het droog!

Het is zo mooi om alleen maar ruige natuur om je heen te zien. Je hebt daar ook erg weinig mede
weggebruikers, dus dat is heerlijk doorrijden over een zeer prima asfaltweg met een gangetje van 100 km/uur. We hebben ook de eerste politiecontrole gehad. Die willen echt alles van je weten, t/m de voornaam van je pa en ma. Ach ja, ze moeten daar toch iets doen om de tijd te doden. Ze waren wel erg vriendelijk en in voor een praatje.

Vijf sterren campingIn Bouarfa was een mooi en gloednieuw hotel. Wij vonden het wat te prijzig, maar voor 5 euro konden we de tent in de tuin opzetten. Prima dus.

De touristen komen duidelijk niet veel in Bouarfa, want er is niemand die wat van je wil en iedereen groet je.

We hebben dus lekker door het stadje gestruind. 's Avonds gegeten bij het hotel: heerlijke couscous door de vrouw des hotels bereid. Aardige lui die er werken, maar het is duidelijk dat alle jongelui naar het buitenland (Europa) willen, ook onze ober met wie we nog een tijdje hebben zitten kletsen. Ons Frans wordt ook steeds beter.

Na Bouarfa zijn we naar Er Rachidia gereden, en dat kenden we nog van het jaar ervoor. Hier besloten we dat het te laat werd om verder te rijden, dus hebben we de camping bij Source Bleu de Meski weer opgezocht. We herinnerden ons nog de schoonheid van deze plek en vaag in ons achterhoofd nog Ali, van ie Corné eerder een mes had gekocht, maar we waren even vergeten hoe irritant die Ali is! Die man blijft aandringen voor thee, kasbah, couscous, etc.

Uiteindelijk om van hem af te komen maar 'misschien morgen' gezegd en toen was hij kwaad dat we weggingen. Nou, hier komen we zeker niet terug.
Jammer van het mooie plekje. Overigens zijn ervaringen van anderen over deze plek anders, dus misschien hadden we gewoon pech. Er stond op de camping wel een leuk stel Nederlanders, 2 stellen van vijftigers die allebei een grote oude bus (maatje touring) hadden en waarin ze bijna permanent rondrijden. Leuke lui.

Alles verkochtDe volgende dag weer verder, maar heel ver zijn we niet gekomen, want we kwamen twee Duitsers met pech tegen. Ze hebben een mooie omgebouwde oude brandweerauto uit 1963 (4x' LKW), waarmee ze zes weken, met twee grote zwarte honden, rondreizen door Marokko. Ze hadden bijna alleen nog maar piste gereden en juist op het eerste stukje asfalt krijgen ze een lekke band. Ze konden wel wat hulp gebruiken, dus we zijn bij hen blijven hangen.
Later stonden we op dezelfde camping bij de Todrakloof, bij Tinerhir dus dat was wel gezellig. 's Avonds lekker chips en pasta met hen gegeten.

De volgende dag stond de eerste piste op het programma. Een stuk rotsachtige piste van 50 km oostelijk van Tinerhir naar het zuiden. Dat ging prima: voor Marianne de eerste piste. Geslaagd!

Daarna via een mooie route verder gereden naar Zagora. Daar was ons al een camping aangeraden en het is inderdaad een heerlijk campinkje. Hier blijven we even relaxen, morgen moet er een joekel van een markt zijn, en daarna rijden we voor het eerst in het zand. Het zal mij benieuwen. Ze zeggen dat het prachtig is en we zullen dan ook in de woestijn overnachten. Hmmm....dat zal gaaf worden, hopelijk. In het volgende verslag zul je het lezen.

Nog een dingetje, het is erg leuk om als vrouw je helm af te zetten. Denk Bert Visser (toch Arne?): je verwacht het niet hè! Je verwacht het niet!

DEEL 2: 13 februari 2003:

ZagoraZagora ligt in het Zuiden van Marokko, eigenlijk het begin van de Sahara. Een erg leuk stadje, met een grote Souk (markt) waar de mensen uit de omringde dorpjes met hun karren en ezels naar toe komen. Wij hadden een leuke camping (Sindibad) op 5 minuten lopen van het centrum.

In Zagora liepen we Youssef tegen het lijf, een 20 jarige student die leraar Engels wil worden. Met ons kon hij mooi zijn engels oefenen. In het begin waren we nog erg sceptisch, omdat de meeste Marokkanen in toeristische gebieden alleen aardig zijn omdat ze je iets willen verkopen, maar bij Youssef bleek dat onterecht.

Hij wilde met ons afspreken om de volgende dag de markt te bekijken, dus dat hebben we gedaan. Fascinerend om te zien wat ze er allemaal verkopen: van groenten tot oude tv-beeldbuizen, echt je kunt het zo gek niet verzinnen of het is er!
Ook erg handig om iemand bij je te hebben die de weg weet en weet wat alles kost. Youssef nodigt ons uit bij hem te komen eten. We spreken om 5 uur af.

Terug op de camping ontmoeten we een Frans stel die met hun lelijke eend dezelfde route als wij gaan doen: stoer hoor, met de eend door de Sahara! Ook is er een Russisch stel aangekomen die al 3 maanden liftend onderweg zijn…

Om iets later dan vijf uur rijden we naar het dorp van Youssef. Er wonen 500 mensen in huizen van stro en leem zonder ramen: koel in de zomer, warm in de winter. We parkeren de motoren in het huis. Er staan geen meubels, er ligt alleen een rieten mat op de grond met wat dekens. Ongelooflijk met hoe weinig deze mensen gelukkig zijn…

Thee drinkenEerst drinken we thee, en vrienden van Youssof leren Marianne hoe ze thee moet maken op z'n Marokkaans. Daarna laat Youssof ons zijn dorp zien, gevolgd door alle kids uit het hele dorp.
Terug in het huis praten we over religie en de dreigende oorlog met Irak. Niet alleen erg goed voor ons Frans, maar ook erg interessant om te horen hoe zij het beleven.
Het eten is een Tazine met kip: we horen hoe de kip het loodje legt, da's wel ff anders dan je kipfilet verpakt bij de Appie kopen!! De Tazine is een stoofpot met groenten en kruiden die klaargemaakt wordt op een houtskoolvuur. Het water in de lemen pot verdampt, waardoor de groenten gaar worden. Je eet het met je rechterhand met behulp van stukjes brood: erg lekker.
Na het eten wordt er berbermuziek gemaakt, gezongen en krijgen we dansles. We blijven slapen, al vinden we dat wel spannend. Het is koud die nacht, en de grond is hard, dus we slapen niet veel, maar het ontbijt maakt veel goed: Harrira, soep van melk, bloem, maïs en kruiden, brood en soort pannenkoekjes: lekker! Een superervaring om dit mee te maken! We nemen afscheid en gaan naar de camping om wat bij te slapen.

De volgende dag staat een piste door de woestijn van 180 km op het programma. Het begin gaat prima, maar op een bepaald moment verwaaid de piste in 100-en verschillende sporen. We proberen de waypoints van de GPS te volgen, maar stuiten op een duinengebied waar we absoluut niet doorheen komen. Om 5 uur hebben we nog niet eens 50 km afgelegd…
We slaan onze tent op in de middle of nowhere, erg mooi om alle sterren te zien en fijn om op te staan en uit te kijken over de vlakte. Na een prima ontbijtje verder over een piste die wel te zien is. De piste is erg gevarieerd: stenen, zand met soms diepe sporen, vlaktes, echt te gek, maar erg vermoeiend. We vallen allebei 7 keer, en Corné rijdt per ongeluk een militaire controlepost voorbij…

In Foum Zguid ontmoeten we de eerste motorrijders. Wij rijden door naar Tata. Onderweg stinkt het nogal, maar op de camping in Tata, blijkt het de motor van Corné te zijn, en hij piept ook nog: na enig gezoek blijkt de accu te koken en de gelijkrichter blijkt kapot te zijn. De volgende dag de reserve erin gezet geholpen door een paar Engelsen, maar de accu is te slap om te kunnen starten. Dan maar naar Agadir om een accu te kopen. De rit naar Agadir is erg mooi door de Anti-Atlas.

Aangekomen in Agadir volgt een deceptie: de camping staat vol met campers van overwinterende Europeanen, echt hutjemutje. De enige plek die over is, is tegenover de bar, waar elke avond gezopen wordt door de locale bevolking. De herrie duurt tot 2 uur ' s nachts.

Wel ontmoeten we Janna en Henning, een Duits stel dat al 5 maanden met het openbaar vervoer door Afrika reist: ook zij willen naar Mauritanië. Gelukkig kunnen we al na een dag weg, op weg naar een camping waarover we al veel gehoord hebben van andere reizigers: Fort Bou Jerif. We rijden langs de kust naar Sidi Ifni. De route is erg mooi: heuvelachtig, groen en de oceaan op de achtergrond! In Sidi Ifni doen we inkopen en vertrekken we voor een piste van 47 km. Die blijkt echter zo moeilijk te zijn door alle losse stenen, rivieroversteken, steile stukken en geulen in het pad, dat we het fort niet halen. We slaan dus de tent maar op, en maken wat eten… 's Avonds passeren er nog 3 vissers op hun ezeltjes die ons vriendelijk groeten.

Marianne jarig !!De volgende dag is Marianne jarig, ze krijgt 2 chupachups lollies kado!! Corné heeft stokbrood met sterretjes gemaakt en er hangen 2 ballonnen aan de XT, een echt feest dus.

We dachten er zo te zijn, maar na het oversteken van het grote Oued (rivier) komen we in een rivierbedding terecht die niet te rijden is: vol met grote stenen. We halen alle bagage eraf en dragen het stuk voor stuk omhoog. Die ene kilometer kost ons 2 uur!
Bou Jerig is net een paradijs als je eraan komt rijden: torentjes, huisjes, palmbomen, berbertenten en een terrasje. Die avond eten we in het restaurant dat gerund wordt door een Frans stel. We eten kameel! Ineens gaat het licht uit en staat er een grote taart met echte kaarsjes bij Jan voor haar neus: ze weet niet wat er gebeurt: Verassing, het hele restaurant begint te klappen!

Die nacht slapen we heerlijk in een berbertent. Na nog een dagje vertrekken we richting Mauritanië. Nu komt het saaiste stuk: 1500 km rechtdoor door een saai landschap. Onderweg verliest Corné een van de deksels van zijn koffer met 110 km per uur. Daar kan zo'n deksel dus niet tegen: verfomfaaid en met afgebroken lipje weer op de koffer vastgemaakt. In Laayouen aangekomen kunnen we geen goedkoop hotel krijgen, dus eindigen we op een parkeerplaats vol campers ergens langs het strand. Het heeft vast zo moeten zijn, want naast ons staat een Duitse ex-motorrijder die alles bij zich heft om het deksel te maken, zelfs popnagels!! Dat valt trouwens erg op: telkens als er een probleem is, is er ook iemand die helpt, een hele geruststellende gedachte!

Onderweg ontmoeten we nog een Engelse motorrijder die dezelfde kant op gaat. Het laatste stuk gaat naar Dahkla. Van daaruit vertrok tot mei vorig jaar het konvooi richting de grens omdat er allemaal landmijnen in dat gebied zouden liggen. Dat dit ook zo is hoorden we later in Nouadhibou toen een Engelsman vertelde dat er die nacht een busje op een landmijn gereden is van de man bij wie zij logeerden…
Vanaf Dahkla hadden we ons voorbereid op een slechte weg, maar dat bleek heel erg mee te vallen: Tot de grens supergoed asfalt. Nou dat schiet lekker op dachten we. Dat werd gelijk afgestraft: de grensovergang nam veel tijd in beslag en de piste was wederom verschrikkelijk: hele lange stukken zacht zand, waar Marianne al gelijk flink onderuit ging, met de nodige schade als gevolg… We kwamen dus niet ver, en moesten de nacht doorbrengen in een oude legertent bij de douane.

Overigens lijkt dat in de verste verte niet op douanes die wij in Europa hebben: de huisjes zijn gemaakt van de rotzooi die in de woestijn rondslingert, stenen en zand. Vaak staat er alleen een tafel, een stoel en een bed van de douanier in, en natuurlijk een butagas flesje voor het maken van thee en eten. We zijn niet de enigen die gestrand zijn: een Mercedes busje (waar je overigens mee wordt doodgegooid in de woestijn : die dingen rijden echt af en aan!) met een lading mensen blijft ook slapen. We kletsen een groot deel van de avond met de inwoners van de bus, wat wederom heel gezellig is. Er wordt nog wat eten gebracht en daarna slapen, hoewel……..

Tot zover Marokko !!!

Klik hier voor meer foto´s van Marokko.