REISVERSLAG -> AFRIKA OOSTELIJK -> MALAWI

MALAWI

(Snel naar deel II)

Klik voor foto´s van MALAWI fotoboek I hier en voor fotoboek II hier

4 Augustus 2003

Malawi In Malawi overnachten we in Kiboko Camp in Lilongwe. Johan en Jenny (J&J) zijn hier ook weer, maar verder is het net een camping op de Veluwe, want toevallig zijn er net allemaal Nederlanders: overlanders, vakantiegangers en overlandtruckers.
In Lilongwe besteden we de meeste tijd op zoek naar het gereedschap ‘dopje 8’, maar zonder resultaat. Het brengt ons wel door de hele stad en dat is wel weer grappig.

Ook de zoektocht naar Nutella mislukt, onze nutella-statistieken komen zo wel hopeloos in de knoop. We hebben wel een pot gevonden, maar ruim 10 Euro vonden we toch wat veel. We zijn blijven steken bij 8 potten deze reis.
Het enige waar we wel resultaat op hebben is de zoektocht naar een boxershort voor Corne (die zoektocht was ook al 2 weken gaande).
Reizigers, een waardevolle tip: draag een boxershort in warme landen, dat scheelt een hoop jeuk !

Na Lilongwe gaan we eindelijk naar Lake Malawi! We gaan met J&J naar de Chembe Lodge aan Cape Maclear en hangen daar heerlijk de vakantieganger uit: zon, lake en strand.
Johan heeft een kleine zeekayak bij zich en er is nog een kayak bij de lodge. De kayaks worden op een gegeven moment geruild met de mokoro’s (uitgeholde boomstammen) van de dorpelingen waar kinderen mee aan het varen waren: dat was net kerstfeest voor de kinderen. Heerlijk die blije gezichten!

Ook hebben J&J snorkelspullen bij zich. Dus we vermaken ons wel!
J&J hebben ook nog mountainbikes bij (Johan traint voor een adventure race in Mozambique), dus Corne heeft weer het eerste beetje sport sinds 7 maanden en Johan heeft een fietsmaatje.

Deze plek is door het vele toerisme al een beetje verpest (sweets, sweets, sweets!) en we horen van nog een mooiere plek aan de oostkant van het meer, dus we vertrekken daarnaartoe. Die plek blijkt inderdaad fantastisch!

We zijn de enige 4 toeristen en na wat onderhandelen mogen we op echte bedden in de bar van de camping slapen, vanuit je bed uitkijkend over het meer!
Er worden verse vis, pinda’s, tomaten en aardappels gebracht. Allemaal vers van het land. Je begrijpt, we blijven hier een paar dagen hangen!
Johan en Corne gaan nog een paar keer fietsen en met z’n vieren maken we nog een lange wandeling. Dat is ook erg gaaf: we lopen op een veel belopen pad door dorpjes en de heuvels in. Het lijkt het smokkelaarspad van en naar Mozambique te zijn, want als Corne en Johan het pad de volgende dag fietsen zijn er mensen die zo hard schrikken dat ze de manden die ze op hun hoofd de bosjes in smijten en keihard wegrennen. Later horen we ook dat we zo ongeveer de eerste blanken zijn die daar lopen.
Op de terugweg lopen we weer door dorpjes, tussen de plaggenhutten door waar het dagelijks leven z’n gang gaat: water pompen, vis vervoeren aan de fiets, manden maken, etc.
De mensen zijn zo verbaasd ons te zien dat ze of hard gaan lachen en zwaaien, of naar ons toe komen om een hand te geven. We zien vooral vrouwen en kinderen. Op een gegeven moment hebben we meer dan 20 lachende, zingende en klappende kinderen om ons heen.

Fantastisch! En er zijn duidelijk nog geen toeristen geweest die zo dom zijn om snoepjes of geld uit te delen, want niemand vraagt iets en de sfeer is goed. Dit is Afrika zoals we het verwacht hadden voordat we weggingen. Jammer dat veel plekken in Afrika zo verpest zijn door het toerisme, want dit zijn de aardige mensen die Afrikaners zijn.
Wat ook nog gaaf was, was dat een vrouw naar ons toegerend kwam – met haar borsten buitenboord - met een tweeling in haar armen, net een paar weken oud.
Supertrots dat ze was! Marianne kreeg een van de baby’s in haar armen gedrukt die natuurlijk spontaan begon te janken…

Je moet toch weer een keer verder. We gaan naar Liwonde National Park. Je kunt tot in het park rijden met de motoren, dan je kampeerspullen pakken en met een boot naar de overkant van de rivier varen waar de camping is.
Helaas sta je niet aan het water en je mag ook het park niet inwandelen.

‘s Nachts hadden we nog wat eten in de tent staan, dus we verwachtten elke keer een olifant die probeerde de rijst met curry op te eten, maar gelukkig lieten ze ons met rust. Wel hebben we nog geprobeerd een colaatje te halen bij de bar, maar na in het pikkedonker op 2 hippo’s te zijn gestuit, zijn we maar weer terug gegaan naar de tent.

In de morgen hebben we een guided walk gedaan, waar we niet veel zien, maar wel veel leren.
Vervolgens gaan we naar het Zomba-plateau (een mooie, dichtbegroeide tafelberg). Helaas is de weg zo verschrikkelijk slecht dat we om moeten keren: toch een beetje bang dat we de spullen kapot rijden op een steile stenige weg met van die diepe erosiegeulen.

Dus dan maar op weg naar Blantyre. Hier zullen over een paar dagen onze vrienden Hans, Anne en Myrrith ook komen. Zij zijn op weg vanuit het noorden naar ons toe.
Samen zullen we naar het Mulanjegebergte gaan en dan langzaam via het lake weer terug omhoog gaan naar Tanzania. We hebben errug veel zin om met hen een paar weken op te trekken. Over een paar weken lezen jullie hoe het geweest is!!!


Reisverslag 29 augustus 2003 (Ndala, Tanzania)

We waren dus in Blantyre gebleven.
Daar kwamen we in het restaurantje aan de overkant Mozes toevallig tegen, die we in maart in Johannesburg al hadden ontmoet. Hij is als gids actief in de bergen van Malawi.
Wij herkenden hem natuurlijk niet, maar hij ons wel! Erg leuk om met hem over Malawi te kletsen.

Na een paar dagen bij het vreselijk lawaaierige backpackershostel Doogles gekampeerd te hebben (top 1 van de places 'not to be') zijn Hans, Anne en Myrrith gearriveerd met - dat moet wel even gezegd worden - Myrrith's prachtige blauwe Landcruiser uit 1986.
Het is echt heel erg leuk om na zeven maanden een paar vrienden te zien!

Na een paar klus- en koopbezigheden zijn we op pad gegaan naar het Mulanje gebergte in het zuiden van Malawi.
Onderweg reed soms de auto achter ons en H, A en M vertelden dat de mensen bijna hun nek braken of van de fiets vielen om naar de motoren te kunnen kijken. Tja aan aandacht geen gebrek dus.

De weg naar Mulanje ging tussen allemaal theeplantages door; een heel groen gebied.
Het Mulanje massief ziet er erg indrukwekkend uit met steile rotswanden waar je prachtig kunt klimmen…als je voldoende zekeringsmiddelen bij je hebt tenminste, want haken zitter er bijna niet in.
Dus klimmers onder ons: hier valt nog veel te ontdekken, bijvoorbeeld de langste klimroute van Afrika (meerdere dagen, slapen in de wand).

Wij hebben er een trekking gemaakt van drie dagen. Aangezien ze ter plekke geen kaart verkochten, moesten we een gids meenemen.
Die vent zat duidelijk niet goed in z'n vel, want bergopwaarts liepen zelfs wij hem eruit - en zo'n goede conditie hebben we niet na 7 maanden brommeren!
's Avonds sliepen we in twee verschillende hutten, waarvan we de tweede helemaal voor onszelf alleen hadden, erg gezellig. De derde dag was een behoorlijk lange afdaling en toen werd het toch wel duidelijk dat we een slechte conditie hadden, want je kon ons daarna echt opvegen.
De spierpijn was de dagen daarna ook heeeeel duidelijk aanwezig!

Na al deze inspanningen werd het tijd om te gaan ontspannen in Nationaal Park Liwonde: beesies kijke!
Inderdaad, wij waren daar al geweest, maar we vonden dat H, A en M dit leuke plekje ook moesten gaan bewonderen, dus het was geen straf om er nog een keer naartoe te gaan.
We kozen nu voor de andere campsite in het zuiden van het park (veel leuker!), dus dit was voor ons ook nieuw.

Maar eerst gingen we - op weg naar het park - nog even langs bij een vriend van Myrrith die in een ziekenhuis bij Zomba in de buurt werkt.
Er zaten drie Nederlandse artsen, waarmee we 's avonds gezellig gebarbecued hebben onder het genot van harde André Hazes muziek: het nederlandsche lied was niet van de lucht!
Ook hebben we een rondleiding gekregen door het ziekenhuis. Heel apart: je ziet dat het er veel minder geautomatiseerd is dan in NL, maar het is er heel schoon.
Ook zie je overal mensen die hun familie verzorgen, want je bent afhankelijk van je familie voor je eten.

Mocht je trouwens iets willen bijdragen: sponsor een bed in dit missie-ziekenhuis. Zie de details onder aan het Malawi-reisverslag.

Okee, we gaan weer verder. We zijn dus naar Liwonde park gegaan. Tijdens een eerste autoritje door het park zagen we al een olifant en meerdere hertsoorten.
En over die olifanten hadden we van verschillende mensen gehoord dat die hiero errug agressief zijn. 2 maanden geleden was er nog een Engelse vrouw om het leven gebracht door een mannetjes olifant (Pauline), die we later nog tegenkwamen…

De volgende dag hebben we een SUPERkanotocht gemaakt; dat wil zeggen, wij kijken en genieten van de beesies en de boot wordt geroeid.
Wij vonden het zelfs een van de mooiste manieren om in de natuur van dichtbij mee te maken: het is stil, dus je hoort veel, je zit op hetzelfde niveau als de dieren en je gaat langzaam. We zien veel vogels en een heleboel hippo's van dichtbij. Dat was wel even spannend.
Met de zonsondergang kwamen we weer aan land. Dit tochtje was echt een van de hoogtepunten van onze reis tot nu toe!!

De volgende ochtend hebben we nog een autotochtje gemaakt in de 30 jaar ouwe landrover van de baas van de campsite (alweer zo'n blanke die de hele dag bezopen is).
We zijn door het park naar de rhino-sanctuary gereden, want daar zitten zwarte neushoorns, en die zijn heel zeldzaam: nou inderdaad, we hebben er geen enkele rhino gezien…

Na Liwonde zijn we weer op weg gegaan naar Lake Malawi. In Nkata Bay kwamen we uit op camping Mayoka Village, een grappige plek met allemaal terrasjes om op te camperen.
Je kunt er ook snorkelspullen lenen en in Nkata Bay kun je ook een duikcursus volgen. Dat hebben we dus gedaan!!!
Ik kan meteen wel zeggen dat we nu gecertificeerde NAUI-duikers zijn, met al 6 duiken in ons logboek, waarvan de diepste toch aardig in de buurt van de 18 meter was!

We zijn daarvoor een week in Nkata Bay gebleven en liepen elke dag door dit grappige (maar wel toeristische) stadje.
Onderweg kwamen we telkens over de craft-market waar we in de loop van de week allerlei souveniertjes gekocht hebben, onder andere het nationale spel Bao: lijkt een beetje op schaken, maar dan anders.
De cursus was behoorlijk intensief: 5 dagen vanaf 8 uur 's morgens tot vaak 6 uur 's avonds (net werken!), met tussendoor een uurtje pauze om even een hapje te eten op de markt (keus: rijst/nsima of patat met kip of bonen, dus na vijf dagen wil je ook wel wat anders). Tijdens de cursus zit je dan gemiddeld nog zo'n vier uur per dag in de klas aantekeningen te maken over natuurkunde, fysiologie, veiligheid en zeeleven.

Naar school gaan was wel weer even wennen, maar het was erg interessant en we hadden een erg leuke instructeur - Ian uit Liverpool - die zelf helemaal leip is van duiken.
Tja, en wat zie je dan zoal onderwater: allerlei zoetwatervissen, krabben en mooie landschappen die we met het hoofd boven water nooit voor mogelijk hadden gehouden. Soms hadden we wel 25 meter zicht, dus dat was super. Ook het ademen onderwater is iets heel aparts.
Nu willen we onze kunsten nog een keer gaan testen in zout water, bijv. vanaf Zanzibar. De tekens die we onder water geleerd hebben, gebruiken we nu ook op de motor.

Ondertussen begon de vakantietijd van H, A en M een beetje op te raken, dus na Nkata Bay moesten we toch echt richting de grens met Tanzania.
Onderweg zijn we nog gestopt in Livingstonia. Dit is een dorpje aan het eind van een 15 km lang, lastig, rotsig slingerpad, maar boven aangekomen bleek het de moeite waarde: uitkijkend over een mooie vallei en Lake Malawi, maar de belangrijkste reden om hier (= camping Mushroom camp) naartoe te gaan, was dat we gehoord hadden dat je er kon klimmen.

Intussen waren de remmen van de ouwe landcruiser van Myrrith er definitief mee opgehouden, dus het was nog ff spannend hoe we de volgende dag weer naar beneden zouden komen.
Gelukkig had de eigenaar van de camping - een jonge gast uit Australie - een goed idee: remmen afsluiten. En het werkte.
Hans had nog een nieuw klimtouw gekocht voor deze reis en het leek niet meer van klimmen te komen. Dit was de laatste mogelijkheid en gelukkig hebben we een stuk rots en een boom om te zekeren gevonden: er kon een middagje geklommen worden!

Daarna gingen we echt richting de grens. Onze motorverzekering was net 2 dagen verlopen, en de politie had er de afgelopen 4 weken steeds naar gevraagd.
Bij ongeveer elk dorp heb je wel een checkpoint. We wilden niet nog een keer voor een maand zo'n dure verzekering kopen, dus we hebben het er maar op gegokt. De engelse motorrijders hadden heel Malawi zonder verzekering gedaan, dus moest het ons toch ook 2 dagen lukken?
De truc was volgens hen om gewoon veel vragen te stellen aan de politieman, dan vergeet hij waarvoor hij je gestopt heeft. Ok, proberen dus, en het werkte! De eerste konden we aan de praat houden zonder dat hij eraan toe kwam om de verzekering te vragen, de volgende 4 wuifden ons door. Pfoei!

De grens ging vervolgens makkelijk, hoewel het ons weer 150 USdollar armer maakte aan visa en een verzekering.
Echt heel stom, want zo'n verzekering is een jaar geldig (wat hebben wij daaraan) en het kost hetzelfde voor een auto en een motor. Dus Corné heeft daar weer flink over lopen zeiken, maar zonder resultaat…

En toen waren we in Tanzania!

Nog even over het sponsoren van het bed in het missie-ziekenhuis in de buurt van Zomba: je kunt een bedrag overmaken op het forex account van dit ziekenhuis. Voor 500 dollar kun je voor 45 patienten een heel jaar lang een bed verzorgen (is gelijk aan de kosten van 1 patient voor 1 dag in een ontwikkeld land).
Email dan naar stlukes@sdnp.org.mw, je naam, adres en emailadres + "I want to sponsor …. beds for …..years. I have transferred the equivalent of $……… into the hospital's forex account."
Het geld kun je overmaken op: Account Name: Medical Department Acc. No: 03410/350003/00 National Bank of Malawi, Head Office, Victoria Avenue, Box 95, Blantyre, Malawi
Hierna krijg je bericht en ontvang je geregeld de ziekenhuis-nieuwsbrief.

Tot zover voorlopig Malawi !!!

Foto´s volgen !!