REISVERSLAG -> AFRIKA NOORD-WEST -> GAMBIA

GambiaGAMBIA

Klik voor meer foto´s van GAMBIA hier voor Deel I en hier voor Deel II .

Naar het tweede deel van het reisverslag (dd 24 maart): Klik Hier

Na de grens rijden we over een slechte weg verder richting Banjul.
Daar zit de rivier de Gambia nog tussen en die steken we over met een pontje.
Voordat we het pontje (uit Nederland!!) op gaan moeten we eerste nog even de laissez passer van de motoren laten zien aan de politie, die weer geld wil hebben. Corne kookt intussen van woede en laat dat duidelijk blijken. En dan komt de chef van het kantoor binnen en zegt 'you can go'. Het helpt dus toch om af en toe moeilijk te doen, en het voelt nog goed ook!

De pont staat vol koeien, vrachtwagen, auto’s, kippen en kinderen die lekker met je kletsen. Erg leuk.

Daarna rijden we verder naar Serekunda.
Harige Harry Daarvoor moet je door Banjul rijden, de hoofdstad van Gambia, maar het is zo’n kleine stad dat Marianne er pas ’s avonds achter kwam dat we er doorheen gereden zijn.
In Sukuta vinden we onze nieuwe camping, gerund door Duitsers. Het is er lekker rustig en schoon.
Een mooi plekje om dit deel van Gambia te bekijken.

Op de camping staat ook een Japanner met zijn motor, een XT400 met Tenere tank. Hij is al vanaf Zuid-Afrika hier naartoe gereden en wilde eigenlijk door naar Europa, maar zijn motor is er definitief mee opgehouden, dus hij verkoopt hem hier. En dat is interessant voor Marianne!!
Want de tank die daarop zit is pas gemaakt voor de XT en past ook op haar motor. Het is een 28 liter tank en dat is veeeeel meer dan de 15 liter die ze nu heeft.
Tenere tank De volgende twee dagen wordt het geregeld en wordt er gesleuteld. En nu heeft Marianne een hele lelijke, maar praktische 28 liter tank!!!! (inclusief stickers van Kenya, Zambia en Uganda). De ruil kost slechts 50 euro.

Voor de verandering is Corne nu ziek. Hij is vooral erg verkouden. Waarschijnlijk omdat het hier nu zweten is met overdag zo’n 36 graden in de schaduw. Als je daarna weer op de motor stapt zit je hoofd snel vol.

Gambia is tot nu toe een beetje vreemd: hier bij de kust zie je een groot verschil tussen de kust met enorme luxe hotels en witte palmstranden en een stadje als Serekunda dat met zijn heerlijke chaos super-Afrikaans is.
We blijven hier nog even hangen en duiken dan Senegal weer in. Het stikt hier overigens van de Nederlanders, wat ook weer erg vreemd is.... Raar is ook dat ze hier de straat van het hotel niet uitkomen.......

Nou, na de stroomuitval van het Internet cafe is het toch nog gelukt! Doei, tot het volgende verslag J&K

Deel II: 24 maart 2003


Ok, we stonden dus op Camping Sukuta in Sukuta.

De camping wordt gerund door Joe en Claudia uit Duitsland.
Joe woont zelf al jaren in Afrika, en heeft bijvoorbeeld ook in Niger en Togo gewoond. Ook heeft hij veel gereisd, het is dus echt een wandelende reisencyclopedie!
Daarnaast staat de camping vol met 'overlanders', zoals men zich noemt als men over land door Afrika reist.
Wat vooral leuk is om te zien, zijn de vele Duitsers die hier naartoe komen met oude mercedesbusjes die ze voor € 1000,- gekocht hebben in Europa, ermee naar Gambia rijden, en dat ding dan voor € 3500,- verkopen!!!

Hier ontmoeten we ook een paar reizigers die we eerder al gezien hebben. Leuk dat iedereen toch weer dezelfde route kiest.
Worstelen Via een paar Duitsers die naast ons staan komen we in aanraking met een wat locals die ons meenemen naar een worstelwedstrijd, echt supercultureel in Gambia.
Hier strijden de stammen nog echt tegen elkaar. De drie hoofdstammen zijn Wolof, Fula en Mandinka. Ze zijn ter herkennen aan hun klederdracht, huidskleur en gezichttattoos.
Iedere worstelaar heeft zijn eigen opkomstmuziek, waarna de strijd losbarst. Wie het eerst met zijn rug de grond raakt heeft verloren!!

Intussen hebben we ook een vogelboek gescoord, want Gambia en Senegal blijken wereldberoemde vogelkijklocaties te zijn. Wisten wij veel!

Ok, dus boek gekocht en op zoek naar vogels in het natuurpark Abuko. Omdat we met zo'n boek door het park liepen, kregen we erg veel aandacht van de gidsen. Die dachten allemaal dat wij echte vogelliefhebbers waren... Dat werden we ook wel, maar experts zijn we nog lang niet..... In ieder geval hebben ze ons veel geleerd in de paar uurtjes dat we er waren! Later zijn we nog naar een ander vogelreservaat geweest.

De XT van Jan wordt intussen als maar meer waard. Via een stel Engelsen hebben we de Tenere tank laten spuiten in het SOS-kinderdorp. Voor € 20,- een compleet uitgedeukte, en gespoten tank, met in het geel de kaart van Afrika erop: kan slechter toch?
Probleempje was nog wel dat ze de tankdop kwijt waren geraakt (waarschijnlijk gejat) en waar vind je zo snel een andere tankdop? Nou dat bleek dus mee te vallen!
Telkens als er een probleem is, ligt de oplossing voor het grijpen, en zo ook nu weer: via de autohandelaar van de camping (Wolfgang: waar zou die toch vandaan komen?) kwamen we in contact met Franco, en die had weer een vriend - Heiner - die veel motoren had staan, en toevallig ook een Tenere, met een tankdop!

Tenere tank

Intussen is het errug heet in Gambia. De thermometer wijst 36 graden in de schaduw aan. Ook is het een beetje mistig, maar dat komt omdat de Harmattan (de woestijnwind) veel stof meeneemt. De zon komt er dus niet echt door.

Tja wat doen we nou eigenlijk de hele dag? Nou dat zal ik jullie eens vertellen! Ik heb van velen gehoord dat reizen net werken is, en soms klopt dat. Omdat het zo heet is, moeten we de dag goed plannen. Dat betekent vroeg op en voor 11.00 uur alle dingen doen die fysieke inspanning vereisen, zoals het onderhoud aan de motoren, het wisselen van banden of het doen van de was.

Vooral dat laatste kost ontzettend veel tijd omdat alles met de hand gedaan moet worden. Dat kan 's avonds na een uur of zes ook, maar om 7 uur is het donker.
De rest van de dag gaat vaak op aan het: Doen van boodschappen; Wisselen van geld (kan soms 3 tot 4 uur in beslag nemen!); het zoeken naar motoronderdelen; het regelen van visa; het kopen van zoiets stoms als een wereldontvanger of een vogelboek (heel Dakar afgezocht!); het verlengen van een laissez-passer (importvergunning voor de motoren); het plannen van de rit; opnieuw inpakken van de koffers; etc. etc. etc.

Op deze camping blijkt dat we toch behoefte krijgen aan een vaste stek, zeg maar een plek waar we niet telkens de route hoeven te vragen, waar we dus de weg weten, waar we weten waar we wat kunnen kopen, en waar we de mensen kennen.
We blijven dus veel langer hangen dan eigenlijk de bedoeling was...Wel vreemd om bij jezelf tot de ontdekking te komen dat je daar behoefte aan hebt.

Intussen beginnen we ook redelijk gestoord te worden van het feit dat iedereen steeds wat van je wil. Het begrip 'privacy' is onbekend in West-Afrika. De mensen die je iets willen verkopen (of je motor willen kopen) vinden je ontzettend snel.
Het vervelende is dat ik merk dat je daardoor ook de wel oprechte mensen afstoot, waardoor je juist toerist zult blijven. Maar hoe zie je aan iemand wat hij van je wil? In ieder geval kost het veel energie als er elke ochtend iemand vanaf de camping met je meeloopt naar de broodverkoper en hele verhalen begint over dat hij je vriend wil zijn, dat je bij hem thuis moet komen, dat je zijn school moet zien, etc...

Na 1,5 week begint het toch weer te kriebelen, en vertrekken we richting Georgetown, in het oosten van Gambia. De weg er naartoe - de Trans Gambian Highway genaamd - is fantastisch, qua landschap bedoel ik, want de weg zelf is een groot drama: Ze hebben er wel asfalt neergelegd, maar dat is gedeeltelijk errug kwijt!
Diepe gaten, waar soms geen ontkomen aan is. Je vraagt je af of je motor dit nog wel leuk vindt...

Ook de temperaturen stijgen gestaag, met elke 10 kilometer een politiecontrole, waar je steeds hetzelfde verhaal afdraait en dan weer verder kan rijden. De wind is zo warm dat het net lijkt of er een fohn in je gezicht blaast, wat erg slecht is voor mijn ogen die pijn beginnen te doen.
Maar goed, zoals ik zei, het landschap is fantastisch met palmbomen, rijstvelden en mensen in kleurige kleding, erg mooi!

In Georgetown gaan we met een handaangedreven pondje naar de overkant. In het Boabolongkamp praten we de hele avond met een local die ons alles verteld over de stammencultuur, besnijdenis, trouwen en familiebanden in Gambia: erg goed!
Er wordt ook nog palmwijn voor ons geregeld. Dat is het sap van de palmboom: je ziet dan ook overal plastic flessen in de palmbomen geschroefd, net onder de kroon van de boom. We vinden alleen de wijn niet te zuipen, dus geven de fles weg tot grote vreugde van de nieuwe eigenaar, omdat de wijn nogal stimulerend voor het sexleven schijnt te zijn...

Intussen denken we hard na of we nog wel door willen rijden naar Mali. Het wordt alleen maar heter, en de temperatuur is nu al niet leuk meer. Van klimmen, trekkings en steden bekijken komt dan zeker nix terecht, ook is het motorrijden niet echt leuk meer...

We besluiten terug te gaan!!!

We blijven nog een dagje in Georgetown (vogels kijken vanuit een pirogue), en gaan daarna terug naar Sukuta. Onderweg komen we Tony en Ian tegen, bekenden van de camping.
Deze Zuid-Afrikaan en Australische rijden in 2 jaar van Engeland naar Zuid-Afrika.
Ook Nick is erbij, een engelse militair met zijn carbrio-landrover. Daar ontmoeten we Trish en Jack weer (die van het verfspuiten bij het SOS-kinderdorp). Zij hadden ook het plan vanuit Ghana te verschepen, maar hebben besloten vanwege alle hassle (?) en een bijna succesvolle overval op hun landrover, eerder naar het zuiden van Afrika te vertrekken. Nu kunnen we samen een container nemen.
Ook horen we dat er meer mensen zijn teruggekomen vanwege de hitte, gelukkig, dan zijn we toch iets minder mietjes dan we dachten...

De dagen daarna zijn gevuld met veel geregel. Niet alleen voor de boot, maar Jan's XT heeft de rit naar Georgetown en terug niet overleefd, althans de voorvelg is op 3 plaatsen behoorlijk ingedeukt...
Via dezelfde Heiner regelen we een 2e hands aluminium voorvelg en een nieuw alu achtervelg. Alles is te vinden, je moet alleen ff zoeken (en de tijd daarvoor hebben...)
De container blijkt de 24e maart te vertrekken met P&O-ferries.
Ok, intussen ook even kijken hoe we het beste met het vliegtuig in Zuid-Afrika komen.

Intussen komen meer reizigers aan op de camping, waaronder een Zwitser op een motor (BMW R 80 GS) en een Engelsman op een KTM LC4, waar ik zelfs nog een stukje op mag rijden (dat hoeftie geen 2 keer te zeggen!!). Uiteindelijk kost het in de container doen een hele dag. We worden van hot naar her gestuurd met onze papieren en bij het inladen willen 5 mensen helpen, die echt totaal geen verstand hebben van het vastzetten van een motor!
Dan doen we dus lekker zelf, al moeten we dat we heel onbeleefd de anderen zo'n beetje wegduwen...

De goedkoopste vlucht blijkt ineens via Amsterdam te gaan, of all places...Nou goed, het scheelt maar liefst € 350,- per persoon. De andere optie via Dakar is dus echt veel te duur. Ouders en wijDan maar even in Holland langs.
Dat voelt ook erg vreemd: we hebben voor een jaar afscheid genomen, en nu weer terug... Onze ouders halen ons op samen met Trish en Jack met wie we nu samen op trekken. Het is wel leuk om de familie even snel te zien, maar we hadden liever niet via Nederland gereisd.
Na 2,5 maand weer in Nederland zijn, voelt alsof je er een week eerder nog geweest bent. Maar ja, voor 700 euro kun je een hoop leuke dingen doen.


Nog even dit: want we hebben natuurlijk toen we wisten dat we via Amsterdam vlogen, nog wel ff flink inkopen gedaan. We zijn nu de bezitter van een hele dikke grote djembee, zo'n echte jungletrommel. Helaas hier geen tijd meer om les te nemen…
Hij staat inmiddels op ons te wachten in Harderwijk.........

 

Zuid-Afrika voelt nu echt als het plannen van een vakantie......

Doeidoei, Jan en Knee

Klik voor meer foto´s van GAMBIA hier voor Deel I en hier voor Deel II .