REISVERSLAG -> AFRIKA NOORD-OOST -> Ethiopië

ETHIOPIË

21 okt 2003

Klik hier voor fotoīs van EthiopiŽ.

EthiopiëVeel mensen hadden ons gewaarschuwd voor Ethiopie: kinderen gooien met stenen naar je en je wordt omgeven door grote groepen kinderen die alleen maar constant “you, you, you” naar je roepen.
Ook loopt iedereen er rond met een automatisch geweer om zijn kuddes tegen bandieten te beschermen. Wij kwamen dus het land in met het gevoel van ‘ok, laat maar komen, we kunnen jullie wel aan…’.

Het klopt dat zodra we de grens bij Moyale overkwamen, we direct enkele keren “you, you” hoorden zeggen (niks vervelends), maar verder ontdekten we alleen maar vriendelijkheid. Een jongen wees ons de weg naar ons hotel, was daar onze tolk en wilde er vervolgens niks voor hebben: dat was wel even wennen in Afrika !!
Vervolgens liet hij ons het stadje zien, troonde hij ons mee naar zijn zus die ons op haar beurt op de beroemde koffieceremonie tracteerde (incl. wierook en tafelversiering) en ging hij met ons wat eten in een restaurantje. Okee, wij betaalden dat wel: 4 euro voor een maaltijd voor drie personen.

Nee, het eerste contact met Ethiopie was echt fantastisch. Kleine kanttekening: de ‘toiletten’ van het hotel waren het smerigst die we ooit gezien hadden…Een gat in de grond, en stinken als 4 dooie koeien!!.
We waren moe, maar vanwege de smerigheid wilden we geen dag langer blijven, dus via een tussenstop in Yabello, zijn we naar Arba Minch gereden (met onderweg veel te veel lekke banden).
Het stenengooien blijft gelukkig nog steeds achterwege, maar hoe verder we Ethiopie inrijden, hoe erger het wordt met vragen en bedelen. Dit kun je je in sommige delen van Afrika goed voorstellen, maar hier leven de mensen in een prachtig groen (vruchtbaar) landschap, zitten ze goed in de kleren en hebben ze vaak nog de mond vol terwijl ze hun hand ophouden. Het bedelgebaar gebeurt ook vaak op een wat agressieve manier. Dit is waarschijnlijk allemaal het gevolg van al die goedbedoelde hulporganisaties die in het land rondrijden en daar vanalles uitdelen zonder dat de mensen daar iets voor hoeven doen: dus blanke = kadootje. Tja, hier kunnen we nog een hele discussie over voeren….


In Arba Minch slapen we veel te duur, maar die warme douche hadden we toch echt wel nodig. Het hotel heeft een prachtig uitzicht over twee meren en de bergen eromheen. Hier zijn we nog op zoek gegaan naar 2 bekenden uit Nederland die op dat moment in hetzelfde dorp zouden moeten zijn, maar nix gevonden.
Na Arba Minch rijden we naar een ander meer, waar we het gevoel hebben ergens aan een vakantiemeertje in Duitsland te staan. Alle rijkere Addis-bewoners komen hier in het weekend naartoe om te relaxen. Toevallig is er ook nog een Italiaans-Ethiopische motorrijder die een Africa Twin rijdt. Er blijken er in totaal vier rond te rijden in Addis Ababa (en waarschijnlijk heel Ethiopie).

Hierna gaan we naar Addis, de hoofdstad, en vinden het hotelletje ‘Buffet de la Gare’, waar ze heerlijk Italiaans eten hebben. Pierre en Merrit – een frans/amerikaans stel motorrijders - hadden ons dit hotelletje aangeraden. Italie heeft hier door z’n bezetting (dus niet kolonalisatie) een aardige stempel achtergelaten en we vinden zelfs ergens Tiramisu (maar niet zo lekker als die van jou, Lilian!).

Addis Ababa is best een leuke stad, met een heel interessant ethnologisch museum en een idioot groot Shereton hotel (sorry, dat viel echt even op). Het visum voor Sudan regelen was, nadat we een aanbevelingsbrief van de Nederlandse Ambassade hadden gekregen, zo gepiept. Dat was trouwens grappig, om op de Ned. Ambassade rond te lopen, want er stonden zelfs gele klompjes voor de deur en Bea hing in de hal naar ons te lachen. Aangezien we allebei wat last hebben van Holland-heimwee, was dit een goede remedie (Lang Leve de Koningin!).

LalibellaNa Addis zijn we via Dessie naar Lalibela gereden. Dit is een beroemde plek vanwege z’n uit de rotsen gehouwen kerken. De weg ernaartoe was erg mooi, met prachtige slingerwegen en hoge bergen.

Hier begon ook daadwerkelijk het gooien van stenen door kinderen, maar ze gooien meer naar de grond en lijken je niet te willen raken. Vervelend is het wel, en we hebben ons meer dan eens moeten inhouden om niet af te stappen en er een paar kinders een flinke stamp voor hun kanus te geven …

In Lalibela bekijken we met gids Thomas een dag lang de kerken en ze zijn inderdaad erg indrukwekkend, vooral als je bedenkt hoeveel werk het is.
Naast de kerken zitten nog steeds monniken in de gaten van de rots de hele dag te bidden. Wat alleen een beetje jammer, maar wel nodig is, is dat ze ter bescherming voor de regen en wind, de kerken hebben ingepakt met stijgers en aluminiumdaken. Alleen de beroemdste kerk staat nog vrij.


Toen we weg wilden rijden richting Lake Tana, bleek het halve bagagerek van Marianne’s motor (voor de 5e keer) afgebroken te zijn, dus moesten we eerst op zoek naar een lasser.
Dat is het mooie van Afrika: in elk gat vind je wel een lasapparaat. Soms inclusief iemand die weet hoe het werkt. Na heftige onderhandelingen (ahum) begon ongeveer 10 man aan jan’s motor te knutselen, en de andere 20 keken toe. Om 11 uur konden we eindelijk op pad.

Dit was rijkelijk laat voor 350 km offroad, maar Jan’s pa was jarig en ging met VUT, dus we wilden nog in een grotere stad met internationale telefoonlijn terechtkomen. Crossen dus!
Balen dat juist nu wat grapjassen besloten om Jan’s motorhandschoenen te jatten bij een tankstation. In Ethiopie hebben ze het niet zo snel koud, dus handschoenen vind je niet zo makkelijk. Ook het uitloven van een beloning om de handschoenen terug te krijgen hielp niet. Zonder handschoenen dus maar even verder.

Het was echt een fantastische weg, zo’n beetje de hele tijd boven de 3000 meter: het klopt dat Ethiopie ontzettend mooi is! In Bahar Dar, aan Lake Tana, vinden we een hotel en telefoon en nog beter: werkhandschoenen voor Marianne! Als klap op de vuurpijl (ze lijkt wel jarig) vinden we ook nog een echte nieuwe spiegel voor op de XT!

We hebben geen zin in de toeristische dingen van Bahar Dar (wat later errug terecht blijkt) en vertrekken naar Gonder. Ook hier skippen we de toeristische dingen (sorry), maar vinden we een aantal gezellige faranji’s (blanken) waar we ons helemaal vol mee eten en met wie we lekker kankeren op de Ethiopische mentaliteit. Hihi, daar waren we echt even aan toe, al hadden zij het erger dan wij.
Minder leuk detail: weer op zoek naar een lasapparaat, deze keer voor de afgebroken achterveringophanging van Jan’s motor.
Leuker detail: we hebben gegeten in hetzelfde restaurant als de Ethiopische President. Toen wij op de taxi stonden te wachten, kwam hij naar buiten lopen. Jan knikte vriendelijk en de president zwaaide lachend naar haar.
Lache man!

Na Gondar gingen we dan eindelijk op weg naar Sudan! 30 km voor de grens hadden we al customs en daar kreeg Corne z’n eerste lekke band. Tussen daar en de grens had hij er vervolgens nog 2. Oorzaak: de lijm raakte los door de hitte! Shit!
Nou, zo’n paar van die bandjes wisselen bij bijna 40 graden maakt het moraal ook niet beter op. Gelukkig hadden we nog een hele nieuwe band, dus daarna ging het allemaal goed. Het ergste was nog dat je die banden ook op moet pompen met handpomp die vroeger als voetpomp werkte, maar nu dus niet meer. Gelukkig waren er een paar locals die het pompen erg leuk vonden, dus die hebben het echt zware werk gedaan!
Daarna konden we echt het hete Sudan inrijden…

Tot zover EthiopiŽ !!!

Klik hier voor fotoīs van EthiopiŽ.