El Chott 2005

November 2005

Zondag 6-11: Bir Aouine -> Tataouine (184,92 km)


Ik wordt wakken als het lichter wordt. Ik voel me niet fit: hoofdpijn en spierpijn. Er hangt nevel in het dal waar we slapen en de spullen zijn vochtig. Het vuurtje brand nog steeds omdat Thomas dat gedurende de nacht heeft aangehouden: hij had zijn jas namelijk bij DK2 achtergelaten. Als de zon langzaam achter de horizon vandaan kruipt zie ik ook de mist optrekken. Volgens mij GPS is het nog ongeveer 6 km naar het kamp, dat moet dus binnen een uurtje of 2 te redden zijn, zeker omdat nu de duinen weer een stuk harder zijn. Het feit dat we niet zijn opgehaald zit me toch wel dwars: wat was er nu gebeurt als ik gewond hier had gelegen? Er was geen DK3 en we hebben ook geen bereik met de GSM. Op de achtergrond hoor ik het geluid van een motor, maar het lijkt niet echt dichterbij te komen. We besluiten dan toch maar de gaan rijden.

Ik start mijn motor en begin aan die laatste 6 km van de dag ervoor. Er staat al gelijk een behoorlijke klim op het programma. Ik kom in een keer boven, maar ik rij veel te hard, dus boven spring ik over de rand heen en verlies de controle over de motor. Ik val en doe mijn rechterboven been zeer. Als dit een voorbode voor de rest van de dag is, belooft het niet veel goed. Het staan lukt gaat slecht door de pijn in mijn bovenbeen, dan maar zittend doen, maar da’s verre van ideaal voor mij: als ik kan staan heb ik de boel veel beter onder controle. Nu zwabberen en zwieren mijn benen echt alle kanten op.

Tot twee keer toe kies ik een spoor dat doorloopt. De 1e keer klimt Thomas op een duin en roept naar mij dat hij het kamp ziet liggen. Ik klim naar hem toe en zie inderdaad het kamp liggen. Ook kan ik zien dat rechts van ons de duinen veel lager zijn. Eigenlijk hadden we daar moeten zijn. Achteraf blijkt ook dat wij volledig verkeerd zaten. We volgens het spoor terug naar een ander spoor dat nog verder naar links voert. Weer loopt het dood. Uiteindelijk zijn we zo’n 1,5 uur bezig om 1 km dichter bij het kamp te komen. Ik zit nog een aantal keren echt vast. Nu begin ik ook nog eens kotsneigingen te krijgen. Ik besluit dat het mooi is geweest. Mijn krachten zijn op, ik kan niet meer. Ik knoop mijn reddingsdeken aan mijn motor en ga in de schaduw liggen. Als ik de helikopter hoor, begin ik wild met de deken te zwaaien in de hoop dat hij ons ziet. Thomas schiet voor de zekerheid nog een vuurpijl af…

Een half uurtje later zien we een auto van de organisatie een paar honderd meter verder stoppen. Daar staan een andere deelnemer met zijn auto vast. Zijn generator is kapot. Wij zijn nu nog maar 3 km van het kamp verwijderd. Thomas besluit naar de orga toe te rijden. Ik blijf nog even liggen.

Na een half uurtje raap ik de laatste moed bij elkaar en probeer ook naar de orga te rijden. Gelukkig gaat dat in 1x goed. Ik plof neer in de schaduw van de auto en begin aan een fles te lurken. ‘He Meindert!’, inderdaad Meindert hebben ze gisteren avond al bij zijn brommer vandaan geplukt. De brommer mocht met de bezemwagen mee. Hij heeft samen met Detlef de nacht in deze auto doorgebracht. Niet koud, wel oncomfortabel verzekert hij me. Marcel moet ergens in de duinen nog aan het ploeteren zijn met het konvooi van alle deelnemers die bij DK2 waren gestrand. De auto blijkt alleen niet genoeg diesel meer te hebben, dus we moeten daar wachten totdat iemand anders de diesel komt brengen. Ik hoor via de radio dat de helikopter bij een andere rallye moet worden ingezet: die kan dus niet de diesel brengen. De orga stuur een montage truck met diesel en onderdelen voor de gestrande auto op pad, maar die zal het nooit halen, omdat de duinen gewoon te zacht zijn. Dan blijft het een uur lang heel stil, en ineens komt er een deelnemer aan gelopen. Hij is vanaf de service truck 1,5 km naar ons toegelopen. Hij stelt voor om met mijn motor terug te rijden naar het kamp, daar zijn eigen brommer te pakken, en vervolgens met een jerrycan met 5 liter diesel terug te komen. Goed idee. Ik sta vervolgens versteld hoe makkelijk hij met mijn brommer een spoor door de duinen trekt. Een uurtje later is hij terug met 5 liter diesel. We stappen in de auto en gaan op weg naar de servicetruck waar een monteur klaar staat voor de auto die naast ons vaststaat in de duinen. Het ritje in de auto is trouwens best spannend. Een van inzittenden loopt constant voor de auto uit om de juiste richting aan de geven. Bij een van de eerste duintjes komt hij echter al vast te zitten, omdat de neus te diep het zand in gaat. Moet ik nog scheppen ook!

Na een half uurtje zijn we bij de service truck. Ik mag met de truck mee naar het kamp, maar die zit al na 5 minuten zo vast als een huis. De mensen van de orga halen mij er weer uit, en zetten me weer in hun auto, zodat ze ons eerst bij het kamp af kunnen leveren. Daar staat intussen een pot Chili con carne voor ons klaar. Erg lekker, heb al ruim 1,5 dag niet meer echt gegeten. Ik zie ook dat de truck van KH er ook nog staat, en daar ben ik best blij mee. Na het eten nog ff snel tanken en het luchtfilter vervangen. Dan het roadbook plakken en om kwart voor 3 start ik met Thomas samen aan de volgende etappe naar Tataouine, waaraan de rest om 11 uur die morgen al is begonnen. Ongeveer 180 km. Gelukkig heb ik eraan gedacht om mijn banden weer op te pompen want de piste is kei en keihard. Veel grote stenen en gaten. Uitkijken dus. Ondanks de vermoeidheid geef ik toch gas. Ik wil graag voor het donker in het hotel in Tataouine zijn. Als ik wegrijd is Meinderts motor nog onderweg naar het kamp en is van Marcel nog geen spoor te bekennen.

De route is niet heel bijzonder, zoals gezegd een vrij stenige brede piste in 1 lange streep naar het oosten. De eerste 80 km zitten er binnen een uur op. Ik wacht op Thomas en we gaan samen verder. Op mijn GPS staat dat we nu op de hoofdweg zitten, dus ik verwacht asfalt en dat ligt er ook, alleen niet voor lang. Al na 1,5 km gaat het over in eenzelfde stenige piste. Het is dan nog 90 km naar Tataouine.

Deze piste is gelukkig iets gevarieerder: er zit af en toe ook een bocht in. Bij de rivierbeddingen is het wel oppassen geblazen omdat er erg grote stenen liggen. Onderweg komen we nog een Zwitser tegen die zijn ketting gebroken heeft. Hij heeft wel schakeltjes bij zich, maar die liggen in zijn kist. Erg handig weer. Ik geef hem een van mijn schakels (nooit meer eentje voor teruggekregen trouwens), maar die past niet. Hij besluit het dan maar zonder visje te proberen. Ik ga daar niet op wachten.

Zo’n 50 km voor Tataouine komen we op een asfalt weg. Lekker hoor, weer even asfalt. Het ziet er naar uit dat het net ga redden voor het donker. Als ik een ruim half uur later de inrit van het hotel op rijdt, wordt ik door vele gegroet en af en toe krijg ik een schouderklopje omdat ik mijn zware bakbeest toch uit het zand heb weten te krijgen. Dat voelt erg goed! Ook hoor ik dat sommigen zich echt hebben bezig gehouden met wat er met mij gebeurt is, da’s ook best leuk om de horen.

Ik parkeer de motor en ga mijn spullen naar de kamer brengen. Ik ben er helemaal klaar mee. Ik ga verder ook niets meer aan mijn motor doen. De douche is klote: dan weer warm, dan weer koud, maar toch is het lekker me ff te wassen. Liam komt intussen ook binnen en vraagt of-ie bij ons kan slapen. Tuurlijk, geen probleem. Nog ff eten, en om 8 uur lig ik op bed. Jeroen neemt voor mij een roadbook mee. Om 12 uur die nacht sta ik in de badkamer mijn roadbook voor de volgende etappe aan elkaar te plakken. We moeten er weer om 5 uur uit…Gelukkig slaap ik redelijk,maar het blijft zeer doen zo vroeg.


Terug naar dagboek