El Chott 2005

November 2005

Woensdag 2-11: Douz-> Ksar Ghilane (69,74 km)

Vandaag moet het de woestijn in gaan, maar dan echt. Ik voel spanning: vandaag moet ik dus echt de duinen in. Vroeg op: kwart voor zes gaat de wekker. We moeten vandaag vooral op koers rijden. Gelukkig weet ik intussen hoe ik met de GPS de coördinaten kan uitwerken. De organisatie heeft aangegeven dat zij ’s ochtends gaan beslissen of alle DK’s kunnen worden aangereden, dat beloof niet zoveel goeds. Ze voorzien dus dat het allemaal heel erg zacht gaat worden. En inderdaad. Aan de start wordt besloten dat dk2 er niet meer inzit. We moeten direct van dk1 naar dk3 rijden. Ook geven ze voor de zekerheid maar alle GPS-coördinaten, zodat ze zeker weten dat het niet verkeerd gaat.

Het eerste stuk rij ik achter Meindert (ja, weer hij) aan. We rijden samen over de eerste grote duin heen, die gelukkig erg hard is. De eerste DK ligt langs een piste met enorm veel opgewaaid zand erop, maar het gaat goed! Dan houdt de piste op, en beginnen de kleine duintjes die langzaam groter en groter worden. ER zit een quad voor me die enorm veel stof opgooit. Ik probeer er voorbij te komen door van het spoor af te wijken, maar dat lukt steeds maar niet. Erg vervelend dat hij niet aan de kant gaat, mijn brommer maakt genoeg lawaai lijkt mij. Dan ben ik er ineens voorbij, maar nu is het spoor ineens ook weg…Ik sta ineens helemaal alleen in een duinpan, en ben best bang. Ik kijk op mijn GPS en besluit hetzelfde spoor maar terug te volgen, maar door het licht kan ik het spoor niet goed meer zien. Gelukkig kan ik op basis van de backtrack van mijn GPS (echt goud waard zo’n ding) het oude spoor weer vinden. Ik besluit dat te volgen. Intussen ben ik Meindert volledig uit het oog verloren.

De duinen worden langzaam hoger en hoger, en allejezus wat is het zwaar: het zand is megazacht en elke keer moet ik haaks de bocht om weer een duintje op te rijden. Elke keer rijd ik vast…en Jezus wat is die motor dan zwaar zeg… Na een paar keer ben ik echt helemaal uitgeput. Mijn motor staat weer vast tegen een heuveltje en ik zie het even niet meer zitten.

Dan komt de eerste auto over hetzelfde spoor aanzetten. Hij probeert om mij heen te rijden, maar rijdt zich vast. Dan de volgende, die begint zowaar te toeteren! Eikel! Help me dan! Nee, niemand helpt mij, ik moet het zelf doen…Dan komt de Kia van Hutten Rallye de hoek om met Ebert Dollevoet en Winston Post. Winston is zo aardig om mij ff het heuveltje op te helpen. Bij het eerste beste harde stukje grond zet ik de motor neer. Ik kan echt niet meer. Ik ga onder een struikje liggen en daar lig ik ruim een half uur te hijgen als een oud molenpeerd. Ik drink tot ik niet meer kan. Na een half uur ben ik weer een beetje bijgekomen. Ik heb er intussen 7 km van de 12 opzitten, en ik zie als een berg op tegen de volgende 5…

Ik begin er uiteindelijk toch maar aan, maar met grote tegenzin. Ik probeer het nu eens in z’n 2, en dat gaat beter, maar echt vaart kan ik niet maken. Na veel ploeteren kom ik eindelijk bij DK3 aan. Tot mijn grote verbazing van ik daar als 10e motorrijder! Ik ben er om een uurtje of 12. Ik ga in de schaduw van de auto zitten en rust wat uit. Liters water gaan erin en het eerste uur ben ik niet aanspreekbaar. Langzaam maar zeker druppelen er ook anderen binnen, en de schaduwplekken rondom de auto raken een beertje vol. Overal liggen mensen uit te rusten en gelukkig is er heel veel water. Na 1,5 uur komt Jeroen er aan. Die is er helemaal aan. Intussen komt via het radio het bericht binnen dat Marcel half dood onder een boompje is gevonden. Ik heb intussen gemeld dat Marcel gestart is met lichte koorts en koppijn, maar een half uurtje later hoor ik de radio dat hij al veel ziektes erbij heeft gekregen… Hij zou samen zijn met Meindert… Later zou blijken dat Meindert helemaal ergens anders is.

Ik twijfel enorm of ik nog aan het laatste stuk moet beginnen. Dat is nog tenminste 20 km duinen, maar het kan ook uitdraaien op 32 km. Bij de DK kunnen ze het me niet vertellen. Ik besluit mede daarom uiteindelijk samen met Jeroen toch maar bij de DK te blijven en aan het einde van de dag samen met de organisatie terug te rijden. Tot mijn grote verbazing zie ik op een paar honderd meten afstand dat Marcel toch weer op zijn brommer gekropen is.

Hij ploetert zich een weg door het zand en komt uiteindelijk volledig uitgeput bij de DK aan: hij kan zelfs zijn kleren niet uitkrijgen. In het zicht van de DK stranden daarna nog eens 5 motorrijders: zij komen lopend binnen. Van 2 van hen wil de motor echt niet meer. Met name de 3 rijders op de ouwe XTtjes dwingen bewondering af.

Uiteindelijk staan we met 7 man bij het DK. Allen kunnen of willen niet meer verder. De organisatie heeft bepaald dat wij op zoek gaan naar nog 2 gestrande motorrijders, waarvan Meindert er 1 is. Uiteindelijk hoor ik dat maar 11 motorrijders van de 30 de eindstreep ook halen.

Goed, dan op weg naar de 2 anderen. Ik had verwacht dat het zand een stuk harder zou zijn, maar nix hoor, het is zo mogelijk nog zachter dan aan het begin van de middag. Man, wat een ellende. Zeker het rijden in het konvooi is echt ka met pee: steeds weer stoppen, en ik heb ik weet niet hoe vaak vastgezeten. Nu weet ik zeker dat ik een goede beslissing heb genomen om niet verder te gaan, want ik ben nog steeds kapot, of weer, moet ik zeggen?! Het is maar 5 km, maar nog nooit in mijn leven zijn 5 km zo lang geweest. Gelukkig is er iemand van de organisatie bij die erg goed rijdt, en dus ook een handje kan helpen…

Uiteindelijk vinden we Meindert ergens op een open stukje samen met een Iers motorrijder, Liam op zijn XR650. Stel je voor, die heeft ook nog eens de hele dag zijn brommer aan moeten trappen, want hij heeft geen e-start! Hij zegt ook dat hij de fiets gelijk weer gaat verkopen…De organisatie heeft precies 2 borden bij zich en een brandertje met een aantal blikken soep, die dus echt super smaakt!

Er wordt ook een vuurtje gemaakt. Ik chef nog snel ff een extra deken, we kletsen wat, en dan slapen.

Ik heb gelukkig mijn reddingsdeken bij me, want het is koud. Ik zet gedurende de nacht ook maar m’n helm op, dan kan ik die als kussen gebruiken. Ergens lijkt het erop dat ik ook nog geslapen heb, ik heb in ieder geval gedroomd.


Terug naar dagboek