El Chott 2005

November 2005

Donderdag 10-11: Sfax -> Hammamet (218,95 km)

Het eerste stuk van vandaag is verbinding. Niet zo interessant. Op de briefing hebben ze aangegeven dat we om 8 uur weg moesten zijn, maar ik besluit een half uurtje later pas te vertrekken. Na het opruimen van de tent en het ontbijt trek ik mijn kleren aan en start de motor. Die doet het nog steeds uitstekend. In het begin had ik wat angst voor de betrouwbaarheid van het LC4 motorblok, maar die heeft zich super bewezen. Ook Meindert, Marcel en Jeroen hebben geen enkel probleem met het motorblok gehad in de aflopen etappes. Er zit nu toch ruim 2300 km op, waarvan veel, heel veel duinen. Volgens mij gaat elke motor daarvan kapot, maar tot nu toe (gelijk even afkloppen) loopt-ie perfect.

Voor we vertrekken eerst nog ff de motor van Jeroen aanduwen. Die heeft gisteren nog wat met zijn elektriciteit zitten pielen en heeft daardoor de motor veel te lang op contact gehad. Nu is dus zijn accu leeg. In z’n 3 krijgen we hem uiteindelijk aan. Ik hijg alweer als een ouwe kerel.

We rijden over het asfalt naar de start van de laatste etappe. Niet erg interessant. We zijn ruim op tijd, en besluiten nog ff een kopje koffie te nemen voor we naar de start gaan. Die start vind ik wel heel mooi gelegen: echt een wit strand met een helder blauwe zee. Hier hadden we beter kunnen kamperen gisteren!

Om 12 uur starten de eerste 2 rijders. Ik ben erg benieuwd hoe het mij zal vergaan zonder schokdemper achter en met gekneusde ribben. De etappe is ongeveer 33 km lang, en een deel ervan gaat achter de duinen langs. De eerste 10 km gaan door het dikke klapzand. Ik start samen met Marcel maar kan de gang niet echt te pakken krijgen, vooral omdat het achterwiel steeds weer loskomt van de grond. Ook ben ik vergeten mijn bandendruk te verlagen, dus ik zak diep weg in het zand. Dan verschijnt er ineens een auto met wat linten. De orga wijst dat ik de duin over moet om aan de achterkant verder te gaan. Daar kom ik op een hele mooie zanderige piste die slingerend door tussen de bomen en struiken door gaat. De route is gemarkeerd met linten. Ik geniet optimaal, al zou ik liever wat sneller willen rijden, maar dat laat mijn motor nu even niet toe. Na 10 km gaat het spoor weer het strand op. Meindert haalt mij in. Die is een minuut achter mij gestart. Ik probeer hem bij te houden, maar de motor vliegt echt alle kanten op.

Af en toe zitten er van die graspollen tussen waarbij het achterwiel hard omhoog komt. Een of twee keer hang ik alleen met mijn twee handen nog aan het stuur…toch maar even wat gas terug. Meindert lijkt even de weg kwijt te zijn, maar slaat dan toch haaks rechtsaf en komt mij ineens weer tegemoet. Ik besef me dan pas dat we bij een S-bocht aan zijn geland. Ondanks het feit dat er alleen motoren doorheen zijn gegaan zijn de sporen vreselijk diep. Volgens mij is die Unimog van de orga hier een paar keer heen en weer gereden.

Ik kom er redelijk ongeschonden door en rij bij het uitrijden weer naast Meindert. Die loopt alweer snel op mij uit, totdat ik een op stuk van het strand kom waar ik strak langs de vloedlijn kan rijden: geen hobbels, dus het gas gaat er weer op, maar niet harder van 90. Ik loop weer in op Meindert en zie de volgende DK al liggen. 27 km op de teller, dus nog 6 te gaan. Vol gas de DK door, maar ineens zie ik daar allemaal motorrijders staan. Het blijkt dus al de finish te zijn. Achteraf blijkt ik zelfs 13e van de 21 te zijn geworden. Niet zo slecht dus. We hadden het voornemen met z’n 4-en tegelijk over de finish te rijden, maar daar komt ff nix van terecht.

Ondanks het feit dat ik een aantal etappes niet heb gereden, voel ik toch iets van euforie. Ik ben over de streep gekomen. Vraag niet hoe, maar het is gelukt. Iedereen feliciteert elkaar.

Er is eten en er is bier! Ik bel gelijk even naar huis dat ik er ben: ze hoeven zich geen zorgen meer te maken. Ik maak wat foto’s en ik film nog wat binnenkomende trucks en auto’s. De gesprekken over de rallye komen langzaam op gang. Iedereen vraagt elkaar wat ze ervan vonden. Van de 31 gestarte motoren zie ik er uiteindelijk 21 aan de finish staan. Mijne staat daar ook bij!

Daarna gaat het in colonne naar het hotel in Hammamet. Onderweg kom ik er ineens achter dat ik mijn drinkrugzakje met alle gereedschap heb laten staan. Ik twijfel of ik terug moet rijden, maar doe het uiteindelijk toch. Zoals ik wel verwacht had, staat er geen rugzakje meer. Ik hoop maar dat iemand mijn tasje heeft meegenomen. Ik draai om en probeer de colonne weer in te halen, maar dat lukt voor geen meter. Ik heb geen idee waar ik precies moet zijn, dus ik rij maar richting een oude GPS-coördinaat die ik nog heb van de proloog. Ineens zie ik een grote gele boog in de stad staan en daar staan ook alle voertuigen. Het stikt er van de mensen. Ik rij onder de boog door en de mensen beginnen te applaudisseren. Nu ben ik officieel ook gefinished.

De nummer 1 en 2 bij de motoren rijden beiden op een Husaberg 550TE. Superlichte motoren met erg veel vermogen. Een van de twee rijders geeft even een showtje met een burnout op een noppenband. Wat een stank en wat een gat in het asfalt!

Dan nog even een paar km richting het hotel. Daar neem ik een vet lekker bad. ’s Avonds is er lekker en veel eten. Om 9 uur is de prijsuitreiking. Zelfs ik krijg een bekertje! Heb ik toch nog wat verdiend!

Na de prijsuitreiking ga ik lekker nog even op het terras zitten. Ik zie een voor een mensen van de orga in het zwembad gegooid worden. Als ons tafeltje nog de enige droge mensen bevat besluit ik dat het tijd is om te gaan slapen. Heerlijk…Midden in de nacht (geen idee meer van tijd) komt Jeroen ook nog ff droge kleren aantrekken: hij moest er ook aan geloven.

Terug naar dagboek